Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WREEDE KAMERADEN

15

In den donkeren nacht was hij wakker geschrokken, en in zijn angst was hij naar Moeders bed geloopen. In Moeders arm eindelijk was hij rustig geworden.

's Morgens had hij niet in Moeders oogen durven zien. Hij voelde, dat zij heel erg verdrietig was.

\n de deur staande, had ze hem nog nagewuifd. Ze had nog geroepen: „Goed je best doen, hoor Sytse."

Nu liep hij daar maar aan te denken. Ja zeker, hij zou zijn best doen. Dat deed hij immers toch altijd. Maar niemand zag het, meende hij. Neen, niemand wist, dat die domme jongen heel erg ijverig was....

Uit zijn denken werd hij plotseling opgeschrikt, toen Klaas hem een tik op z'n schouder gaf, en plagend vroeg:

„Ha, Sytse, liep je te tellen, hoeveel pannen er van jullie huis zijn afgewaaid?"

„Wel neen," schreeuwde Hans er tusschen in, „hun heele huis is omgewaaid!"

Sytse was van dat plotselinge geschrokken, en terwijl hij het middelpunt was gaan vormen van zijn schreeuwende klasgenooten, trok hij zenuwachtig z'n pet dieper in de oogen, wreef wild zijn knuisten in zijn zakken rond en duwde, om tusschen de jongens uit te komen.

Maar ze bleven om hem heen draaien, ze vonden

Sluiten