Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48

DOMME SYTSE

Die aardige meester keek medelijdend neer op dat arme kereltje. Op 't laatst stond hij op, nam Sytse's hand in de zijne, en sprak: „Ga nu maar naar huis dan, hè Sytse. Ik zal 't tegen meester Botman zeggen, en we zullen morgen wel over dat zaakje spreken. Ga nu maar naar huis. Wij zijn vrienden, hè?"

Sytse keek meester aan. Dat laatste deed zijn verdriet wegvluchten. Meesters vriend! En moedig klonk z'n antwoord: „Ja, meester!"

't Was Zaterdags een heel vreemde drukte in de school. Meester Botman ging afscheid nemen, en meester Bonda zou voor 't eerst tegen de klas spreken, en z'n intocht doen in de school.

Alle kinderen van de geheele school zaten bij elkaar in het groote lokaal. Ze zaten drie aan drie in een bank, want nu de kleinere kinderen er ook bij waren, kwamen ze plaatsen te kort.

Een paar van de grootste jongens droegen stoelen achter in de klas. Want straks zouden er nog heeren komen: de dominee en nog anderen.

De kinderen keken echt vroolijk. Ze drongen zich knusjes tegen elkaar aan, zorgden, dat ze best met z'n drieën in één bank konden zitten.

Wat klonk het fijn, toen ze met z'n allen den psalm zongen, en wat luisterden ze, toen meester bidden ging. Ze begrepen wel niet alles precies, maar elk

Sluiten