Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOE HET AFLIEP

55

De twee jongens stonden op van hun plaats, Dirk een beetje bedremmeld, maar Klaas brutaal. „En wie van jullie is nu Dirk?" „Ik, meester," zei Dirk zacht. „Weet jij iets van het vischtuig?" „Neen, meester."

„En jij Klaas, weet jij er iets van?" „Ik niet, heelemaal niets, heusch niet," antwoordde hij.

Klaas wist niet, dat die nieuwe meester al zoo dikwijls jongens had gezien, en met ze gepraat had, en ze dóór en dóór kende. Klaas wist niet, dat zijn zoogenaamd vrijmoedige houding iets verklapte van: die jongen weet er meer van.

„Heb jij het vischtuig wel gezien, Dirk?"

„Ja, meester, ik heb er de visschen afgehaald voor Sytse. Maar toen Vader langs kwam, heb ik alles op de steenen laten liggen, en ik ben' met Vader mee gegaan."

„En bleef Klaas alleen achter?"

„Ja," knikte Dirk, maar Klaas zei dadelijk: „En ik ben meteen ook weggegaan."

„Ga dan maar weer zitten. Dus jullie hebt het niet gedaan: Dan heeft een ander 't gedaan, of 't is misschien vanzelf weggeloopen. 't Spijt me heel erg dat 't zoo is gegaan, en dat niemand het deed. 'k Zal er verder nu niet over spreken. Maar ik zal het ont-

Sluiten