Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36

— „Orbatus, je moet God meer beminnen dan Volumnia, meer dan mij."

— „Ik weet 't."

— „En als men nu eens tegen je zei, dat je God niet meer moet beminnen, dat je sterven zult, als je Hem nog bemint?"

— „Grootmoe zal zóó nooit tegen me spreken."

— „Anderen zouden 't kunnen doen "

— „Dan zal ik antwoorden, dat* ik niet wil sterven."

— „En als men je wilde ter dood brengen, omdat je Volumnia bemint, zou je dan ophouden haar lief te hebben?"

— „Ik zou Volumnia blijven beminnen!"

— „Zou je liever willen sterven dan door daden te toonen, dat je haar niet bemint?"

— „Wel ja, ik zou sterven, want Volumnia is onze moeder, ze is zoo goed en we moeten haar beminnen!"

— „Dus bemin je Volumnia meer, dan onzen lieven Heer, die *t 'gras doet ontspruiten, die aan de vogelen hun welluidende stem geeft, die den blauwen hemel bewoont?"

— „Neen," riep Orbatus, „ik bemin God meer dan Volumnia!"

— „Dat moet ook, kind. Emilianus zegt 't je; Volumnia wil 't: zij is onze moeder."

— „Volumnia is onze moeder!"

— „Als men Volumnia wil doen sterven, zullen wij met haar sterven!"

— „Ja, we willen met haar sterven!"

— „Wat zul je zeggen, arme Orbatus, als men je gaat dooden?"

— „Ik weet 't niet."

— „Je moet dan bidden."

— „O ja, ik zal bidden: „Goede God, die in de hemelen

Sluiten