Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

70

zijde om aan 't vuur 'n deel van zijn voedsel te ontnemen. Vooral de soldaten onderscheidden zich door ijver en moed.

Volgens Lactancius en andere geloofwaardige schrijvers, had Galerus 't paleis door zijn trawanten of slaven in brand laten steken, om de christenen daarvan te kunnen beschuldigen. De martelingen konden zijn haat niet meer bevredigen; om nu Diocletiaan aan te sporen de christenen met nog meer strengheid te behandelen, gebruikte hij dit middel. Gedurende den brand bevond hij zich aan de zijde van den keizer, veinsde droefheid, beschuldigde de christenen in de hevigste vervoeringen van gramschap. Hij verklaarde, dat die wraakzuchtige en trouwelooze lieden hem levend hadden willen verbranden of onder de neerstortende puinen doen omkomen. Diocletiaan, meer verschrikt dan overtuigd, beloofde aan Ce sar, die misdaad niet ongestraft te laten. Inderdaad, 't gansche hof van den vorst werd ondervraagd, zonder dat men de brandstichters ontdekte, omdat men geen onderzoek deed bij de mannen van Galerus.

Toen 't vuur gebluscht was, keerde Emilianus, die zich aan 't hoofd van zijn soldaten geplaatst had om hen te bevelen en aan te moedigen, haastig naar huis ten einde getuige te zijn van de blijdschap, die de wederkomst van Trulliana en Claudiana aan de christenen moest verschaffen. Hoe verbaasd stond hij eensklaps stil, toen hij Anthelus voor zich zag verschijnen.

Anthelus zei:

— „Ik wilde de oorzaak weten van 't rumoer, dat er in de stad heerschte. De slaven, die ik ondervroeg, vertelden mij, dat de kijzerlijke residentie 'n prooi der vlammen was geworden. Ik liet Sthenelon roepen en gaf hem door teekens te verstaan, dat hij op zijn beurt de vijanden.

Sluiten