Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

188

van 't jaar. Constantinus zegt, dat 't geschreven is met 'n pen in bloed gedoopt, 't Beval den landvoogden niets minder dan al de kracht en sluwheid van hun geest te gebruiken om nieuwe folteringen uit te vinden.

Bijna de gansche aarde, zegt Sulpices-Severus, werd gekleurd met 't heilig bloed der martelaren, omdat men in menigte naar die roemvolle strijden snelde en met vurig verlangen 'n zoo kostbaren dood zocht, 't Was alsof de gansche Kerk zich haastte de aarde te verlaten om naar den hemel te gaan.

Afrika, Mauritanië, Thebaïda en Egypte onderscheidden zich vooral door den moed der martelaars, 't Is onmogelijk, zegt Lactantius, alles, wat er in de verschillende deelen van 't Romeinsche rijk gebeurd is, in bijzonderheden weer ie geven. Want hoeveel boekdeelen zouden te vullen zijn met al die barbaarsche wreedheden! Iedere landvoogd heeft volgens zijn inborst van de ontvangen macht gebruik gemaakt. De een volgde den ander na, of, omdat hij van natuur wreed was, of om n persoonlijken haat tegen de rechtvaardigen te koelen, of om de vorsten te behagen en zich alzoo tot hooger waardigheden te verheffen." I1)

In de tweede helft der vierde eeuw viel Juliaan de Afvallige de Kerk aan met listige leugens en spotternij. Hij zond 't werk van Diodorus van Tharsus ten gunste van den christen-godsdienst opgesteld aan de vermaardste bisschoppen en voegde er in 't Grieksch deze drie woorden bij: „Ik heb gelezen, ik heb begrepen, ik heb veroordeeld." Men gaf hem op denzelfden toon ten antwoord (*): „Je hebt gelezen, maar je hebt niet begrepen, want, als je begrepen hadt, zou je niet veroordeeld hebben."

(i) Tillemont.

p) Ongetwijleld de H. Basilius.

Sluiten