Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

189

Juliaan liet 'n vrijen loop aan den haat van 't volk, dat zich soms in zijn woede tot 't uiterste liet drijven en strafte zelfs landvoogden, die zich tegen zekere barbaarschheid verzet hadden.

Zijn al deze getuigenissen, onder zooveel andere uitgekozen, niet voldoende om de onbeschaamde beweringen van 't ongeloof te vernietigen?

Kan men zoo nog aannemen, dat de tijd der vervolgingen zeer beperkt is geweest? Neen.

Kan men nog zeggen, dat de vervolgingen minder hevig geweest zijn, dan de godsdienstige schrijvers beweren, als 't onstelde oog 't gansche Romeinsche rijk overdekt ziet met bloed en sporen van wreedheid en dood? Neen.

Kan men zeggen, dat 't aantal martelaren onbeteekenend is geweest, zooals Voltaire onbeschaamd neerschreef, als * men door n tip van den sluier op te lichten, die 't droevig tooneel der laatste jaren van keizer Diocletiaan voor altijd moest verbergen er 'n menigte ontdekt, die ons doet huiveren? Nogmaals neen.

Zal de goddeloosheid in den overdreven duur der tijdruimten van vrede ten minste 'n middel kunnen vinden om aan de onbuigzame strengheid der historische waarheid te ontsnappen, als de adelaar van Meaux (*), zijn scherpen en zekeren blik over de vervlogen eeuwen slaande, er heeft gezien, wat in de volgende zinsnede ligt uitgedrukt?

„De christenen werden altijd vervolgd, zoowel onder de goede als onder de slechte keizers."

Maar welk was de oorzaak van den dood der christenen?.. Waren ze niet schuldig of oproerig?

De eenige oorzaak van hun dood was hun godsdienst. De heidensche schrijvers verklaren 't, de decreten bewijzen 't, *

t1) Bossuet.

Sluiten