Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

Duizendmaal duizend jaar moeten ze zoo blijven, onbeweeglijke steenmassa's. En als de wind door de Tjemoro-boomen suizelt, dan is het of elk blaadje een tong wordt, die lispelt: Raksasa, Raksasa.

In Java's heiligen berg, den Mahameroe, woont nog immer de oude berggod. Maar hij durft dezen niet meer verlaten uit vrees voor de wraak van Bromo. Daar, in het binnenste van den berg, leidt hij zijn eenzaam leven, zuchtend van spijt om de twee jonge levens, wier geluk hij zoo onmeedoogend verwoestte. En bij iederen zucht stoot een rookwolk uit den top van den Mahameroe, die hoog in de lucht wordt tot een statige, witte pluim.

Zoo zal het blijven duizendmaal duizend jaren, tot Raksasa en Djoewito ontwaken uit hun eeuwenïangen slaap.

B. HET BROMO-FEEST.

Hoog in de bergen, niet ver van de Dasar (zandzee) ligt de kleine dessa Ngadiwono. De kokospalm groeit er niet meer, want de zon is er niet zoo warm als in de vlakte. De wind fluit er door de spitse naalden van de tjemoro-boomen. Hier hadden in oeroude tijden twee Hindoe-menschen een kleine stroohut gebouwd. De man heette Kjai Koesoemo en de vrouw Njai Oemah. Ze waren de eerste bewoners van deze bergen.

Schoon en lieflijk was Oemah als de bloemen in het dal en Koesoemo was sterk en slank als de stam der palmen. Ze hielden veel van elkaar en niets zou er aan hun geluk ontbroken hebben, wanneer ze maar kinderen hadden gehad. Helaas, die kregen ze niet en daarom was er dikwijls droef- I neid in hun hart.

Daarom besloten ze eindelijk zich ergens anders te vestigen. Hun hutje braken ze af en ze trokken naar den krater-

Sluiten