Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vin

INLEIDING.

Indien ik dan al niet verwacht, dat er nog veel over is aan b ere i k b a r e onbeschreven drukken, een uitzondering moet ik opnieuw maken voor de collectie Arenberg, die stellig ruim 30, vermoedelijk zelfs meer ongeboekte Nederlandse post-incunabelen telt. Steeds blijft er een dichte sluier hangen om deze haast betoverde verzameling. Of moet men eer zeggen, dat een ijzeren gordijn haar van de beschaafde wereld afsluit ? Wel is men het er thans over eens, dat de boeken zich niet langer in Duitsland bevinden. Nu in Antwerpen? En schuilen er hoge politieke belangen achter deze griezelige, onwetenschappelijke geheimzinnigheid? Een gerucht fluistert ook, dat een deel ervan in Zwitserland is verkocht. Doch sinds ik, al een jaar of dertig geleden, op het Arenberg-obstakel ben gestuit, heb ik zoveel geruchten onderzocht en onwaar bevonden, dat ik sceptisch blijf, tot ik de boeken met eigen ogen aanschouw.

De naam van het nieuwe deeltje heeft me enig hoofdbreken gekost. Supplement I ? Maar lag het niet voor de hand, de Inleiding tot een derde deel door het Derde deel zelf te laten volgen ? In de Voorrede tot de Inleiding, in volle oorlogstijd geschreven, stelde ik de vraag „of ik eens deze Inleiding ertoe met een compleet derde deel kan bekronen". De innige wens, die hieraan te gronde lag, is gelukkig niet geheel onvervuld gebleven, al zal ik hetgeen hier nu gepubliceerd wordt, niet een compleet derde déél noemen. Daarom wordt het Derde Deel, Eerste Stuk gedoopt, oftewel III.i. De kleine I sluit de mogelijkheid in, soortgelijke aanvullende deeltjes als III.11, IH.m, enz. te bestempelen.

Van de in thans beschreven boeken heb ik er 96 in handen gehad, terwijl me van een 12-tal slechts photografische reproducties ten dienste stonden. En evenals in de beide vorige delen bij hoge uitzondering een beschrijving is overgenomen van een vroegere bibliograaf, wanneer het boek zelf niet meer te achterhalen viel, heb ik dit ook nu in drie gevallen — voor dè nos. 4192, 4229, 4237 — menen te mogen doen. Natuurlijk in de hoop, dat de beschrijving zal mogen leiden tot de opsporing van een exemplaar. Verder vervangt ons no. 4253 de beschrijving van 1348 (Letanien), die incorrect bleek.

Ik heb indertijd het grote geluk gehad deel II nog juist vóór de wereldoorlog te voltooien. Want dergelijk bibliografisch werk, zo afhankelijk van internationale verbindingen, is niet uit te voeren met gesloten grenzen. Dat de jaren '40-'45 een diepe inzinking hebben betekend voor mijn nasporingen, ligt voor de hand. Slechts 17 beschrijvingen — tegen 18, alleen weer in 1946 — werden er in die rampzalige jaren gemaakt. Geen reizen naar het buitenland of schriftelijk contact ermee; Nederlandse bibliotheken, die hun kostbare oude drukken op onbereikbare plaatsen geborgen hadden; handel erin vrijwel lam geslagen. De zegeningen van de nieuwe orde.

Sluiten