Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII

VOORREDE

zou natuurlijk zijn geleidelijk exemplaren te vinden der 435 drukken uit de eerste groep en die, na de volledige beschrijving ervan, samen met het negental reeds beschrevene en met mogelijk nieuwe vondsten of met enkele van de derde groep, waarover mijn twijfel achteraf ongegrond zou blijken, in een derde deel der Nederlandsche Bibliographie te vereenigen. Voorloopig echter zijn er bij de eerste groep pas een achttal, waarvan ik in Antwerpen, Praag, Freiburgi. Br., Strangnas, Parijs en Gent1 exemplaren ken. Is eenmaal Europa tot zijn evenwicht teruggekeerd, dan hoop ik gelegenheid te hebben ze te bereiken. Nog blijft er mijn béte noire, de collectie der Arenbergs. Waar ze nu opgeborgen is, in Duitschland? in België? ik weet het zelfs niet ». Minstens ruim dertig, vermoedelijk nog meer onbeschreven en hieronder zeer merkwaardige Nederlandsche post-incunabelen schuilen daarin. Het zou vervelend worden opnieuw mijn eeuwigen klaagzang over de ongenaakbaarheid dezer bibliotheek aan te heffen. In de Inleidingen tot beide deelen onzer Bibliographie en tot mijn vier Aanvullingen zal men alles, wat hier over te zeggen viel, kunnen vinden. Ik blijf hopen, dat in de nieuwe wereldorde, waarvan de huidige stormen het voorspel zijn, een goede geest erin mag slagen mij ten langen leste toegang te verleenen tot de Arenberg-schatten, sinds 1914 angstvallig aan de wetenschap onthouden.

Voor mezelf blijft het natuurlijk de vraag, of ik eens deze Inleiding ertoe met een compleet derde deel kan bekronen. Zal ik na den oorlog nog krachten, middelen en gelegenheid hebben om den draad mijner buitenlandsche studiereizen, afgebroken na die van Juni 1939.weer °Pte vatten? Wie weet het? Wel heb ik plan, zoolang het geestelijk dag voor mij is, de studie der Nederlandsche post-incunabelen trouw te blijven. En als het me wetenschappelijk begint te schemeren, hoop ik voldoende zelfcritiek te behouden om mijn taak te rechter tijd neer te leggen. Zal een ander die dan overnemen ? Hoe het mag loopen, mij geeft het een gevoel van rust met deze Inleiding den weg tot een derde deel gebaand te hebben. De vele problemen, die bier worden opgelost, behoeven in ieder geval niemand meer te kwellen. Terwijl verder mijn vier Aanvullingen, tusschen de afsluiting van het eerste deel onzer Nederlandsche Bibliographie en de uitgave van het tweede gepubliceerd, gelijk trouwens mede Nijhoff's Feuilles provisoir es, slechts een voorloopig karakter droegen en na de voltooiing van het hoofdwerk vrijwel overbodig werden, zal mijn Inleiding tot een derde deel, ook als dit laatste eens verschenen mocht zijn, haar waarde blijven behouden. Veel stof vindt men erin verwerkt, die in de Bibliographie zelf niet zal worden opgenomen.

Dankbaar ben ik allen, bibkotheek-ambtenaren en particulieren, die mijn vragen om inlichtingen steeds vriendelijk hebben beantwoord.

Zoo lever ik nu deze verzameling titels, mengelmoes van reeele

•) De nos. 0227, 0345, 0380, 0585, 0756, 01088 bis, 01145, 01269. ») Bij gebrek aan zekerheid heb ik de verzameling Arenberg bier nog als vroeger te Nordkirchen in Westfalen gelocaliseerd.

Sluiten