Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

196

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN. — DE KUISCHHEID

Deze meerdere gestrengheid tegenover de vrouw dan tegenover den man, heeft voor ons zedelijk bewustzijn — ook al houdt men rekening met 'de omstandigheid, dat echtbreuk, door de vrouw gepleegd, voor het gezinsleven nadeeliger gevolgen kan hebben dan echtbreuk, gepleegd door den man, — iets onrechtvaardigs.

Het moge al waar zijn, dat de polygamie in werkelijkheid onder Israël Slechts voorkwam bij aanzienlijken en rijken, wijl het voor de meesten te kostbaar was om meer dan één vrouw te onderhouden; al waar zijn, dat de monogamie — van monos = „alleen, eenig", en gamos = huwelijk — het huwelijk van één man met één vrouw, te allen tijde in Israël het gewone was, en dit na de ballingschap zelfs al meer werd; toch wekt het minstens onze verwondering, dat de Israëlietische wetgeving de monogamie niet tot den eenig rechtsgeldigen vorm van het huwelijk heeft verheven.

*

Nu moet men echter, wat het eerste betreft: de voor ons zedelijk bewustzijn niet te rechtvaardigen meerdere gestrengheid tegenover de schuldige vrduw bij een veel mindere tegenover den, in zedelijk opzicht, toch even schuldigen man, — niet vergeten, dat het stellen van dezelfde eischen van zedelijkheid aan den man als aan de vrouw, eerst een vrucht is van het Christendom. En zelfs onder Christenvolken wordt nóg veel aan den man vergeven, wat aan de vrouw toegerekend Blijft. In „wereldsche" kringen heeft men alle conniventie of oogluiking voor de ontucht van de mannelijke, bij de scherpste veroordeeling voor die der vrouwelijke jeugd, en dat alleen op utiliteitsgronden; alleen omdat de ongehuwde moeder er sociaal slechter aan toe is, dan de ongehuwde vader, naar wiens vaderschap zelfs geen onderzoek mocht gedaan; alleen omdat men wel den man het recht toekent, van zijn bruid té eischen, dat zij haar kuischheid bewaard heeft, maar der vrouw bruutweg het recht ontzegt, aan haar bruidegom een gelijken eisch te stellen.

En dit nu is onrechtvaardig. Zonde is zonde; of zij door een man of een vrouw is bedreven, maakt geen zedelijk verschil.

Een zelfde zonde zwaarder toerekenen aan de vrouw dan aan den man, gaat niet aan volgens de Christelijke, d. w. z. de alleen echte en ware zedeleer; die zedeleer, voor welke er nog iets hooger ïé dan de „utiliteit" of de „nuttigheid", en haar tegendeel: de „schadelijkheid". Niet het schadelijke toch van de gevolgen, maar het schandelijke van de zonde zelf komt bij de zedelijke beoordeeling allereerst in aanmerking.

* * *

En wat nu het tweede betreft: onze verwondering, dat Israéls wetgeving de monogamie niet tot eenig rechtsgeldigen vorm van het huwelijk heeft verheven, dan moet men niet vergeten, dat, zoo in ééne menschelijke verhouding, dan wel juist in de echtelijke tusschen man en vrouw de zonde met haar verderf heeft doorgewerkt, iets waar ook de zooeven besproken conniventie of oogluiking voor de onkuischheid van den man

Sluiten