Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

238

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN. — DE EIGENDOM

En zoo was het ook in Israël.

En daarom zeide Jezus èn ln de bergrede tot Zijn discipelen èn tot de Farizeën, nadat Hij Zijn gelijkenis van den „onrechtvaardigen rentmeester" had uitgesproken: „Gij kunt niet God dienen en den Mammon." 08 kunt geen knecht des Heeren en tevens knecht van het geld zqn.

Onze Heidelberger zegt het zoo goed: „Afgoderij is in de plaats des eenigen waren Gods, die zich in Zijn Woord geopenbaard heeft, of benevens Hem, iets anders versieren, d. w. z. uitdenken, of hebben, waarop de mensch zijn vertrouwen zet."

Naast God als zijn Heer, kan de mensch niet het geld als zijn heer hebben; want God, die de eerste plaats in uw hart wil hebben, duldt niet, dat gij op die eerste plaats iets nevens Hem stelt.

* *

*

En dèt nu deden metterdaad, al waren zij er zich ook niet altijd helder van bewust, de Farizeën, en mèt hen velen in Israël.

Zij wilden, zij het dan ook op hun wijze, vrome, religieuze menschen zijn; dienaars des Heeren, dienaars van Jehovah, den waren God.

Dit was hun glorie tegenover de heidenen — de afgodendienaars. Maar, geldzuchtig als zij waren, had het geld, de Mammon, in bun hart een plaats nevens God, en waren zij dus óók dienaars van het geld, dienaars van Mammon.

En nu ontdekt Jezus hen aan zich zelf; zegt tot deze vromen, dat zij, die de afgodendienaars zoo diep verachten, zelf afgodendienaars zijn.

En Hij zegt ze, dat dit niet kèn; dat dit zedelijk onmogelijk is.

„Niemand kèn twee heeren dienen: want öf hij zal den eenen haten en"den anderen liefhebben; óf hij zal den eenen aanhangen en den anderen verachten" (Matth. 6 : 24 en Luk. 16 : 13).

Zeker, daar zijn knechten, die wel zes en meer heeren kunnen dienen.

Een oppasser, een tafelknecht, doet dat

Maar zij dienen die zes heeren dan nè elkaar; ieder een paar uur.

Ook kan iemand zijn God dienen en zijn aardschen koning; zijn God en zijn fabrieksheer, zijn patroon, zijn baas.

Maar hij dient die menschen dan, zooals wij bij het vijfde gebod zagen, om God.

Ja, sterker nog, het dienen van, het gehoorzamen aan die menschen is dan 'een dienen van God; omdat het Gode belieft, door hünne hand hem te regeeren; omdat God die menschen met gezag over hem bekleed heeft.

Maar wat niet kan, is, dat gij twee menschen te gelijk en in hetzelfde opzicht dient, waarvan de een rechtens uw heer is en de ander niet.

Dit bedoelt Jezus met Zijn: „niemand kan twee heeren dienen."

Wie dat nochtans beproeft, dien gelukt dat op den duur toch niet

Want öf hij zal den eenen haten en den anderen liefhebben, öf hij zal den een aanhangen en den anderen verachten.

Hij zal zijn wettigen heer gaan haten, als hij den anderen gaat liefhebben, en omgekeerd; en als gevolg daarvan zal hij dan öf maar één aanhangen, zich maar aan één houden, en den anderen van de twee verachten.

Sluiten