Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

296

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN. — DE EIGENDOM

Een tweede theorie is de z.g. legaal-theorie, van lex — wet. Zij is het eerst uitgedacht door den Engelschen wijsgeer Hobbes, van wien reeds vroeger, bij de behandeling van het vijfde gebod, naar aanleiding van het ontstaan van den Staat, is gesproken. Volgens hem, zoo vonden wij toen, heerschte aanvankelijk onder de menschen een „strijd van allen tegen allen", was de eene mensch als een wolf voor den anderen, tot men eindelijk besloot, bij verdrag of contract aan dezen toestand een einde te maken, en de Staat ontstond. Eerst mèt den Staat ontstond ook, volgens Hobbes, de onderscheiding tusschen goed en slecht, recht en onrecht, en zoo ook kwam met de staatswet het eigendomsrecftf. Deze theorie, volgens welke het eigendomsrec/rt gegrond is in de erkenning van den Staat, heeft na Hobbes, tot in onze dagen, min of meer gewijzigd, vele voorstanders gevonden. Tegen de juistheid van deze beschouwing geldt ten eerste wat reeds vroeger tegen de „verdragstheorie" van Hobbes ter verklaring van het ontstaan van het „Staatsgezag", is aangevoerd. Maar bovendien, wijl de gezinnen, de geslachten en de stammen — met patriarchaal gezag begonnen, waaruit later het Overheidsgezag opkwam — er zeker eerder zijn geweest dan de Staat, kan de Staat ze niet eerst hebben geschonken wat zij van meet af voor hun bestaan en voortbestaan noodig hadden. Tot op zekere hoogte heeft 'n mensch, en nog meer het gezin, behoefte aan eigendom. De menschen die zich bezighielden met landbouw en veeteelt, hadden noodig een eigen woning, eigen werktuigen en eigen grond; hadden noodig een eigen vrijheidssfeer, waarin zij door geen onbevoegd ingrijpen werden gestoord. Het Overheidsgezag, eerst later opgekomen, kon dus niet eerst rechten scheppen zonder welke de gezinnen, de familiën, niet zouden hebben kunnen bestaan, maar kon alleen deze reeds bestaande rechten beschermen.

En dit geldt ook van het eigendomsrecht.

Omdat het eigendomsrecht er eerder moet zijn geweest dan de Staat; het recht eerder is dan de menschelijke wet; is de legaal-theorie onjuist.

* * *

Een derde theorie is de z.g. arbeidstheorie, waaraan de naam verbonden is van den Engelschen wijsgeer Locke. Volgens haar is het eigendomsrecht gegrond op den arbeid, en wel in dien zin, dat ieder mensch recht heeft op de vruchten of de producten van zijn persoonlijken arbeid.

Op het eerste gezicht schijnt deze beschouwing veel voor te hebben en het juiste te treffen. Zij heeft dan ook langen tijd, vooral onder de beoefenaars der staathuishoudkunde, als de eenig ware gegolden en vormde den grondslag van die „waardeleer", welke, naar wij gezien hebben, Marx tot zijn leer van de meerwaarde bracht.

Nader bezien, blijkt ze echter allesbehalve juist te wezen en wordt ze dan ook, door wie niet, omdat hij nu eenmaal socialist is, de „meerwaarde" heeft te verdedigen, opgegeven.

Al dadelijk zal hare onjuistheid blijken, indien men haar toepast op den grondeigendom. De mensch zou alleen eigenaar zijn van, zou alleen

Sluiten