Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

310

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN. — DE EIGENDOM

Niet onjuist is in dezen gedachtengang dan ook de opmerking, dat onder menschen verplichtingen te hebben zonder wederkeerige rechten, slavernij, en rechten uit te oefenen zonder wederkeerige verplichtingen, despotisme is.

* * *

Tot de verbintenissen nu, die ontstaan door wedërzijdsche bewilliging, behoort als een ondersoort het contract;

Als een ondersoort, want bij het contract beweegt men zich altijd op^ het gebied van het vermogensrechtj^Hier gaat het om zaken, waarvan" de waarde in geld is te bepalen.

Daarom verdient het dan ook geen aanbeveling, van ieder verdrag of verbond als van een contract te spreken. Dit toch is onjuist en in sommige gevallen ook onteer.

Is nu een verbintenis, naar wij zagen, een band, een bindende betrekking tusschen twee of meer personen, krachtens welke de een jegens den ander tot iets verplicht, deze tegenover gene tot iets gerechtigd is; en is zulk een, op het gebied van het vermogensrecht, door bewilliging ontstane verbietenis een contract, — dan ligt daarin reeds opgesloten de definitie of de bepaling van het contract; m. a. w. wat het contract is.

Het contract is dan een door wedërzijdsche wilsverklaring tot stand gekomen verbintenis van twee of meer personen, krachtens welke op het gebied van het vermogensrecht de eene partij jegens de andere tot iets verplicht, deze tegenover gene tot iets gerechtigd is.

De uitdrukking „wedërzijdsche wilsverklaring", in deze definitie opgenomen, sluit in zich de „wedërzijdsche bewilliging".

Wanneer toch de twee partijen er wederzijds, in bewilligen, met hun tot wil geworden begeerte er in toestemmen om iets te doen of niet te doen, of te geven, dan moeten zij dit, wijl dat willen zich door woord of teeken openbaren moet, verklaren.

Men is gewoon de contracten op verschillende wijze te verdeelen, al naar het beginsel van indeeUag, dat men daarbij ten grondslag legt

De meest bekende verdeeling is die in eenzijdige of unilaterale en tweezijdige of bilaterale, van unus = „een"; bis = „tweemaal" en latus = „zijde".

Aan deze indeeling ligt uitsluitend ten grondslag de inhoud of de werking van het contract. Alle contracten zijn toch, wat hun tot stand komen betreft, tweezijdig; er is daartoe altijd wedërzijdsche toestemming noodig. Evenwel zijn er, waaruit slechts van één zijde verplichtingen voortvloeien (de eenzijdige), en er zijn er, waaruit van beide zijden verplichtingen voortvloeien (de tweezijdige).

Wij zuilen hier enkele van de voornaamste contracten vermelden.

De schenking, waarbij de eene partij zich verplicht om een zaak, waarop zij eigendomsrecht heeft, aan de andere, om niet en onherroepelijk af te staan.

Sluiten