Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

316

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN. — DE EIGENDOM

vruchten dip hij noodig heeft, niet krijgen; en, als het.zoo blijft, is er ook nog kans, dat èn de vruchten èn de wol, al te lang bewaard, verderven.

* * *

Nu is het Gods bestel, Zijn ordinantie voor de menschelijke samenleving, dat de menschen hierin voorziening maken, en wel door overeen te komen, de goederen, die zij onderling willen ruilen, niet rechtstreeks om te ruilen, maar eerst door middel van 'n derde goed. En wel een goed, dat voor ieder bruikbaar is; voor ieder dus een zekere waarde vertegenwoordigt; en door ieder, zonder dat het verderft, kan bewaard. Tegen dit derde ruilmiddel ruilt dus b.v. de een zijn veldvruchten, om het later weer in te ruilen voor wol. Hierdoor zijn dan de eerste twee moeilijkheden, die zich bij den rechtstreekschen ruil voordoen, ondervangen; maar ook de derde moeilijkheid is opgelost. Het derde ruilmiddel toch, dat ieder gebruiken en bewaren kan, is nu de maatstaf, waardoor dé twee te ruilen goederen gemeten worden, waardoor bepaald wordt wat zij gelden, en dit derde ruilmiddel, tevens waardemeter nu is het geld; het geld, waarmee elke overgang van eigendom, elke dienst kan worden vergolden, kan worden betaald.

I

Als zoodanig hebben in den loop der tijden verschillende goederen, vooral dieren, en dan met name ossen en schapen, dienst gedaan.

Al spoedig echter is de keuze gevallen op metaal; op goud en zilver en ook wel koper.

De omstandigheid toch, dat vooral goud en Zilver reeds in kleine hoeveelheid een betrekkelijk groote waarde vertegenwoordigden en daarom veel gemakkelijker dan andere goederen zijn te vervoeren, heeft, gevoegd bij die andere, dat zij tot de meer duurzame goederen behooren, er toe geleid om juist metaal als geld te laten dienst doen.

Toen nu eenmaal het goud en zilver als geld dienst deden, moest het bij koop en verkoop telkens worden afgewogen. In het geheele Oosten was gemunt geld — een uitvinding, die wij aan de Grieken danken, — langen «t^d onbekend. In Israël b.v. had men vóór de ballingschap geen munt. Ook hier diende het zilver als geld. Vandaar, dat, waar de Schrift ons verhaalt, hoe b.v. Jozefs broederen in Egypte koren kochten, zij een woord gebruikt, dat, evenals het Fransche argent, zoowel geld als zilver aanduidt. Ett dit zilver, in den vorm van staven, ringen en schijven, werd dan ook bij de Israëlieten afgewogen. Het gewicht werd daarbij uitgedrukt in sikkels, een gewicht dat, evenals het talent en andere maten en gewichten, uit Babylonië afkomstig was. Later ging de naam sikkel ook over op een stuk zilver dat een sikkel woog, en eindelijk op de munt Sikkel, oorspronkelijk een gewicht, is alzoo een naam! als het Italiaaimfche lira en het Engelsche pond. In het verhaal van Abraham's aankoop der spelonk van Machpela van de Hethieten (Genesis 23) heeft „sikkel" dan ook nog de oorspronkelijke beteekenis van een gewicht. Zoo, wanneer daar Efron zegt tot Abraham: „een land van vierhonderd

Sluiten