Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DES NAASTEN EIGENDOM

333

De zedelijke gerechtigheid en de billijkheid sluiten elkaar niet uit Integendeel, zonder billijkheid is er geen gerechtigheid, en de billijke is dan ook de gerechtige.

*

Deze gerechtigheid nu, om ons eerst tot haar te bepalen, bestrijkt het geheele gebied van het positieve, of het door de Overheid vastgestelde recht op het stuk van die dingen, wier waarde in geld is te schatten of af te meten, het z.g. vermogensrecht; waarin dan weer is te onderscheiden: èn de rechten op zaken èn de rechten jegens personen of verbintenissen. De plicht der rechtvaardigheid eischt alzoo als plicht der gerechtigheid, dat wij in onze verhouding tot den naaste, zoover deze door het (positieve) recht is geordend, al zijn rechten op zaken zullen eerbiedigen, al onze verbintenissen jegens hem stipt zullen nakomen.

Dus te willen is de deugd der gerechtigheid.

* * *

In het „verkeer" is deze deugd de eerlijkheid. De eerlijkheid in enger zin; de betrouwbaarheid op het stuk van het mijn en dijn. Er is toch ook een eerlijkheid in ruimer zin, en wel van betrouwbaarheid in het algemeen. Wat dit laatste betreft, onderscheiden wij, bij den rijkdom der taai, nog weer tusschen eerlijkheid en braafheid. Eerlijkheid ziet dan meer op het negatieve, op de afwezigheid van ondeugd of onzedelijkheid en ook op het nog niet gebleken zijn daarvan. Braafheid ziet meer op het positieve, op het bezit van deugd en zedelijkheid Zoo noemen wij een eerlijk man een, die zich niet misdragen heeft; een braaf man een, die zich niet misdragen zal. Voor eerlijk, zoo in ruimer als enger zin, hebben wij ieder te houden, zoolang bij. van het tegendeel geen blijken heeft gegeven. Of hij eerlijk is, zal er van afhangen of hij ook braaf is. Aan de eerlijkheid in enger zin nu hangt, bij de groote rol, die het „verkeer" of de ruil van zaken en eigendommen in het maatschappelijk leven speelt, voor een goed deel onze maatschappelijke eer.

* * *

Deze eerlijkheid nu sluit alle krenking van het eigendomsrecht onzer naasten onvoorwaardelijk uit. Is de eigendom het recht dat een persoon op een zaak heeft met uitsluiting van ieder ander persoon, eerlijkheid zal dit recht, deze bevoegdheid, doen eerbiedigen. Is de eigendom het recht om van een zaak het vrij genot te hebben en daarover, behoudens zekere voorwaarden en binnen zekere grenzen, op volstrekte wijze te beschikken, eerlijkheid zal voor een onbevoegd ingrijpen in dat recht van den naasterons bewaren. En gelijk wij het recht hebben, dat anderen ons eigendom eerbiedigen en niet krenken, hebben anderen dat recht ook tegenover ons. De deugd der eerlijkheid zal ons dit recht doen eerbiedigen en niet doen krenken; zal ons niet doen willen bedriegen en stelen, of te groote winsten trekken bij den ruil; zal ons niet doen

Sluiten