Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

414

VAN '8 HEEREN ORDINANTIËN

Hebbelijkheid III, 76.

Hedonisme IV, 124.

Heerschen. Verschil tusschen — en

regeerenofcij God I, 34. Heiligen van Gods naam III, 253 w. Heirleger II, 230. Heirscharen. God der — H, 230. Hemel I, 221.

Herediteit, zie Erfelijkheid. Herinnering II, 360. Herschel II, 56. Hersenen II, 323. Heterodoxie III, 400. Heteronomie III, 468. Hexahemeron I, 225. Hoedanigheden I, 50; II, 410 Hoererij IV, 222. Hoofd en hart II, 387. Hostie III, 185.

Huisgenooten. Dienstboden als — IV 47. ' Huisslaven IV, 45. Huur en verhuur IV, 311. Hylozoïsme I, 147-148, 255; II, 203 Hypnose III, 310. Hypocriet III, 409.

I

Idealisme I, 217.

Idee(ën) I, 3, 10; — bij Plato I, 129:

— bij Hegel IV, 275. Idololatrie Hl, 41, 115 IJdel III, 239.

Ijstijd I, 241; II, 98. Ijver III, 219. Ik II, 15.

Indeeling der wet III, 106.

Indifferentie I, 42.

Individualiteit I, 82.

Influxus physicus II, 310.

Instinct bij de dieren (vogels, bijen)

II, 182-186. Interest IV, 318. Intuïtie II, 374. Irreligiositeit III, 39, 41. Islam I, 108; beteekenis van het woord

— I, 114.

J

Job's tijden I, 77.

Judaïsme. Het — en de sabbat III.

501 w. Jus talionis IV, 177.

K

Kaartspel III, 424; IV, 340. Kaenozoïsche periode I, 281.

Kapitaal IV, 253, 256, 283. Karma I, 74, 343. Kennen II, 322 w.

Kerk. De — als organisme en instituut III, 164-165; IV, 92; de — als instituut, IV 93.

Kerkedienst III, 161, 163-170; — moet geestelijk, middellijk en niet eigenwittig zyn III, 168-170; Gereformeerde — III, 193 w.

Kerkregeering IV, 98.

Ketterij III, 393 w.

Kindercommunie III, 201.

Kinderdoop III, 197.

Kleuren II, 343.

Kometen II, 57-64.

Koop en verkoop IV, 311.

Korban III, 271.

Kosmogonie(ën) I, 211, 214.

Kosmopolitisme IV, 151.

Kracht II, 14.

Krachten I, 57.

Krankzinnigen IV, 388.

Kribben IV, 352.

Kristal II, 100-103.

Kryptogamen I, 247, 259.

Kuisch IV, 208.

Laatste oliesel III, 182. Landdieren I, 275-279. Laster IV, 397. Leedvermaak IV, 147. Leenen IV, 319.

Legaaltheorie van Hobbes IV, 296. Legaat IV, 305.

Leugen III, 265; IV, 359, 364, 369.

Leven. Ontstaan van het — I, 248, 252.

Lichaam van den mensch II, 189-195.

Licht I, 224 w.; de natuurstudie over het — I, 231, theorieën over het ontstaan van het — I, 267-271.

Liefde III, 78; natuurlijke — IV, 34 w., 108, 145.

Liefdemaaltijd III, 512.

Liefdeplichten IV, 164.

Liegen IV, 376 w.

Lijden III, 229; het — der geloovigen

I, 77. Logos I, 10.

Loon IV, 47, 62, 64, 258, 282, 284. Lot III, 288, 423. Loterij IV, 342.

M

Maan II, 69. Maandag III, 509.

Sluiten