Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE RELIGIE DES VERBONDS

59

de Heere geen onrecht, dat Hij Zijn Wet tegenover de menschen blijft

haHifShaaft daarki de door Hem gestelde zedelijke wereldorde.

En nu is er ook onder de van God vervreemde menschheid nog wel religie en zedelijkheid, wijl de gemeene Genade het religieus besef voor vroom en onvroom en het zedelijk besef voor goed en s echt nog bewaarde maar zoowel aan de zedelijkheid als aan de religie van den Suuri jkTn mensch ontbreekt juist wat de Wet eischt, wat God van Sen mensch wil: de heilige liefde, die zelf wortelt in het oprechte geloof eTaT de echte religie en de ware zedelijkheid haar gehalte geeft.

Herzifn en het w lfen, of anders uitgedrukt, het bestaan en gedrag van den naLrlijken mensch, zoo in zijn relatie tot God als in die to 7Mn medemenschen, deugt niet voor God, omdat in hem met is het oprecht^gS en mitsdien noch zijn bestaan noch zijn gedrag overeenkomen met Gods wil en hij altijd een ander einddoel zich stelt dan

d\enomda0tdGod de gehoorzaamheid uit heilige liefde van alle menschen bliift eSchenl wijl de zonde Zijn souvereiniteit over den mensch met beeft vertSkel maar Hij God blijft ook over den zondigen mensch moest bij de bespreking van het eerste gebod, dat zich als verbod me Sui Gö Tultgeene andere goden voor Mijn aangezicht hebben, tot hit zondig willen van zondige menschen richt, eerst de grove overreding van dit gebod in de zonden van godloochening en '"eligiositeit van de valsche religie en de met haar verbonden superstitie of het

^S^£ZS^ bespreking van dit gebod in betrekking tot den Christen.

Dat de Wet des Heeren of der Tien geboden ook voor den Christen eeldt is de algemeene overtuiging der geloovigen. De meening de fnü-JmiaL - een woord, gevormd van het Grieksche woordinomos voor we?" - dat de zedewet voor den in Christus geloovende haar gefdighrid zou hebben verloren, is dan ook, telkens wanneer zij opkwam

^t als zeker vast, dat de Christus, zoo door Z jn li Ske als dadelijke gehoorzaamheid, aan al wat, in Set stuk der zaligheld, op de overtreding der Wet is gedreigd en op Eaar veVulHng ! beloofd, voor Gods uitverkorenen volkomen heeft vohdaan en dat zij, die in Hem als hun Borg gelooven, mitsdien de Wefniet meer hebben te vervullen om de hel te ontgaan of den hemel

teMaradreenveennzeer staat onder ons vast, dat.ook een tojegr^We * verkorene toch altijd als mensch tegenover zijn souvereinen God de verSaffheS Diens wil, hem in de Wet geopenbaard te gehoorzamen

Een Ld van God staat niet op zich zelf, maar ligt voor rekening van Christus.

In Hem heeft hij zijn Borg bij Ood.

Sluiten