Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gereformeerde eeredienst

193

zijn". Van dit woord schijnt afkomstig de uitdrukking „boeken der leeken" in de 98ste vraag van onzen Catechismus. De Gereformeerden hebben echter deze wijze van onderrichting, bij den eeredienst, in strijd geacht met den wil van God, die Zijn Christenen door de levendige verkondiging Zijns Woords wil onderwezen hebben.

XIII.

DE GEREFORMEERDE EEREDIENST.

Tot de volmaking der Heiligen.

Efeze 4:12.

Naar aanleiding der bespreking van 's Heeren ordinantiën voor den dienst der Sacramenten hebben wij in de laatste twee hoofdstukken gewezen op wat, voor ons Gereformeerden, in den Roomschen kerkedienst tegen Gods gebod ingaat.

In dit en de twee volgende hoofdstukken nu zullen wij ons uitsluitend bepalen tot den Gereformeerden kerkedienst.

Naar den aard van deze hoofdstukken gaat het daarbij niet om de inrichting van dezen dienst — dit toch behoort tot het gebied van de diaconiologie of de leer der ambtelijke vakken — maar alleen over de beginselen waarnaar, volgens Gods geopenbaarden wil, een Christen zijn, overeenkomstig Gods Woord ingerichten, eeredienst moet oefenen.

En dan sta voorop, dat ook hier weer, gelijk bij al de geboden van den decaloog, het groote beginsel is, om te willen en te handelen uit de heilige liefde, naar het gebod en tot Gods eere.

Hebben wij vroeger gevonden, dat men bij den kerkedienst moet onderscheiden tusschen cultus primarius en secundarius, en wel zoo, dat de eerste ziet op den eigenlijken eeredienst en de tweede op al wat strekt om de instandhouding of het recht gebruik van den eersten te bevorderen, wij hebben hier nog te spreken over den cultus primarius.

Het tweezijdig karakter van allen eeredienst: het komen van den mensch tot zijn God en van God tot den mensch, kenmerkt ook den kerkedienst als een ontmoeting tusschen God en Zijn volk; maar het eigenaardige — d. w. z. datgene waardoor de kerkedienst, als de publieke, van allen privaten eeredienst is onderscheiden — ligt hierin, dat bij den kerkedienst deze toenadering geschiedt door middel van het ambt

In Christus, den Middelaar, nadert God altijd tot Zijn geloovigen en naderen Zijn geloovigen tot Hem.

Maar waar op bevel van hun Koning Gods volk saamkomt, gebruikt Christus den „dienst der menschen"; den dienst van hen, die Hij gegeven heeft tot „het werk der bediening" (Efeze 4 : 12); den dienst van de ambtsdragers.

Ordinantiën IU 18

Sluiten