Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

238

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN. — REVELATIE

lijke vertaling er niet duidelijker op wordt. Wat toch den Naam „opheffen naar het ijdele" is, verstaat een eenvoudig mensch maar niet zoo dadelijk. Dat onze Statenvertalers, die goede taalkenners waren, wel wisten wat er letterlijk staat, blijkt hieruit, dat de kantteekening op Exodus 20 : 7, en wel achter „ijdellijk gebruiken", heeft: tot ydelheyt opnemen.

Alleen om de zaak duidelijker te maken, gaven zij dus een meer vrije overzetting.

En zoo hebben niet alleen zij gedaan, maar deden ook de Roomschen. Want wel staat er in den Catechismus van Trente, die bestemd is voor de priesters: Non assumes Nomen Domini Dei tui in vanum, letterlijk: „Gij zult niet opnemen den Naam van den Heere uw God tot het ijdele", maar in de gewone Catechismussen, die voor de leeken bestemd zijn, vindt men: „Gij zult den Naam van den Heer uwen God niet ijdel gebruiken."

En ook onder de Lutherschen luidt het gebod: „Gij zult den Naam van uw God niet misbruiken."

Onze Statenvertaling verwijst bovendien in de kantteekening naar Psalm 15 : 3: „en geene smaadrede opneemt tegen zijnen naaste"; naar Psalm 16 : 4: „hunne namen op mijne lippen niet nemen"; en naar Psalm 50 : 16: „Wat hebt gij Mijne inzettingen te vertellen, en neemt Mijn verbond in uwen mond?"

Gaat men nu, om den zin te verduidelijken, van de letterlijke vertaling eenmaal af, dan verdient het zeker geen aanbeveling om, zooals door sommigen wordt gedaan, hier te vertalen: niet tot valschheid op de lippen nemen.

Dit toch is een veel enger begrip dan gebruiken.

Reeds onder menschen immers kan men iemands naam gebruiken ook zonder dien naam nog uit te spreken, en wat God de Heere hier gebiedt en verbiedt, gaat veel verder dan het op de lippen nemen, of het uitspreken van Zijn naam.

Onze Statenvertalers, en ook de Roomschen en Lutherschen, deden dan ook beter door hier van gebruiken te spreken.

Toch wint het inzicht in dit derde gebod aan diepte, wanneer men zich — mits men daarbij dan maar een nadere verklaring van de uitdrukking geeft — aan de letterlijke vertaling houdt en dus uitgaat van het begrip opheffen; de grondbeteekenis, die het woord in het oorspronkelijke heeft.

Opheffen toch staat tegenover liggen laten.

En nu verbiedt God u niet slechts, Zijn Naam op te heffen naar het ijdele, maar Hij verbiedt u ook Zijn Naam te laten liggen.

* * *

Wat hiermee wordt bedoeld, zal u duidelijk worden, indien gij bedenkt, dat de Naam van uw God, volgens de Schrift, niet maar bloot ziet op het woord waarmee Hij zich heeft genoemd, maar dat de Naam in de Schrift altijd het wezen zelf aanduidt voor zoover ons dat bekend gemaakt, geopenbaard is.

Zoo verstond het ook Calvijn, toen hij in zijn toelichting op Exodus

Sluiten