Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

394

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN. — REVELATIE

inspanning des verstands in te dringen in haar zin; maar ook door zich niet te buigen voor haar gezag.

Het laatste toch is niet minder dan miskenning van het wezen der Schrift; van wat zij waarlijk is en dus ook voor ons wezen moet: Gods Woord en niet des menschen. Het eerste is een te kort schieten in den eerbied, die ons voegt tegenover de Schrift, juist omdat zij is het Woord van onzen God. Wanneer onder menschen een meerdere tot zijn mindere spreekt, voegt dien mindere het opmerkzaam luisteren; hoeveel te meer, wanneer God tot den mensch spreekt!

* *

Met deze tweeërlei zonde is echter het zich bezondigen aan Gods openbaring, bepaaldelijk aan de Heilige Schrift in ons eigen leven, nog niet uitgeput

Om wat God ons hier in het derde gebod verbiedt, in heel zijn omvang te verstaan, moeten wij in dit stuk dan ook nog dieper indringen.

Het komt toch, ook in ons eigen leven, aan op het verstaan van den rechten zin der Schrift. En daarom staat tegenover de orthodoxie of de rechtzinnigheid, de zonde van de „haeresie" of de ketterij.

Het is over deze zonde, dat wij in dit hoofdstuk zullen handelen.

* *

Het woord „ketter" bestaat eerst sedert de 12de eeuw, en komt van het Grieksche katharoi, letterlijk de „reinen", een naam, waarmee een Christelijke sekte uit de 11de en 12de eeuw zich zelf aanduidde.

Het oudere woord is dan ook „haeresie", dat evenzeer van Griekschen oorsprong is.

Bij de oude Grieken was hairesis — een woord, dat oorspronkelijk beteekent het „nemen", het „streven naar iets", — de naam, waarmee de van elkaar verschillende wijsgeerige scholen werden aangeduid. Van hen ging dit woord over ook in de taal van het Nieuwe Testament. In het boek der Handelingen wordt het zoowel gebruikt van de Sadduceën en de Farizeën, als ook van de Christenen zelf. Onze Statenvertaling zet het Grieksche woord hairesis daar dan over met „sekte", een woord, gevormd van het Latijnsche secta, van „sequor" = „ik volg", en dat dan beteekent de grondstellingen, die iemand volgt; de partij of de school waartoe iemand op het gebied van de wijsbegeerte, de rechtsgeleerdheid of ook de religie behoort.

Zoo lezen wij in Handelingen 5 : 17: „En de hoogepriester stond op, en allen, die met hem waren (welke was de sekte der Sadduceën), en werden vervuld met nijdigheid."

In Handelingen 15 : 5 wordt ons verhaald, dat Paulus en Barnabas op het Apostel-convent te Jeruzalem zeiden: „Er zijn sommigen opgestaan van die van de sekte der Farizeën, die geloovig zijn geworden, zeggende, dat men hen (n.1. de Christenen uit de heidenen) moet besnijden, en gebieden de wet van Mozes te onderhouden."

En eindelijk vinden wij in Handelingen 24 : 5 en 14 en 28 : 22, dat

Sluiten