Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

406

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN. — REVELATIE

In dit hoofdstuk zullen wij ons bepalen tot wat tegenover het verbreiden en belijden staat.

Het verbreiden nu van Gods openbaring onder onze medemenschen is niet anders, dan dat gij de kennisse van scheiding te maken tusschen het heilige en tusschen het onheilige, welke gij uit de Schrift hebt verkregen, verbreidt, verspreidt, bekend maakt onder uw medemenschen.

Heel het gebied van 's menschen geestelijk bestaan is door de zonde ontheiligd.

Voor de waarheid kwam de leugen; voor het goede het slechte.

In zijn denken omtrent God, de wereld en den mensch, sloop allerlei dwaling in, en daartegen gaf God ons in de Schrift de waarheid.

In zijn willen tegenover God en zijn naasten sloop slechtheid in, en daartegen gaf God ons in de Schrift Zijn gebod, heilig, rechtvaardig en goed.

En nu is het 's menschen plicht, om de kennisse van wat waar en goed is, die de Schrift hem biedt, niet slechts op te nemen in zijn eigen bewustzijn en te beoefenen in zijn eigen leven, maar die kennisse ook te verbreiden; met die kennisse in te gaan tegen de leugen en de dwaling, tegen de slechtheid en ongerechtigheid in het saamleven met zijn medemenschen.

Allereerst, opdat de Naam des Heeren geheiligd worde; opdat God Zijn eere krijge.

Maar dan ook, opdat de zaligheid en het geluk uwer medemenschen, zooveel aan u staat, worde bevorderd.

En dit nu moet gij doen in gezin en maatschappij, in staat en kerk.

Hoe dit in bijzonderheden moet geschieden, en hoe daarbij niet slechtó uw woord, maar ook uw voorbeeld dienst moet doen, kan eerst bij de behandeling der volgende geboden ter sprake komen.

Hier zij er slechts in het algemeen op gewezen, dat het niet verbreiden van Gods waarheid en gerechtigheid in uw gezin, in de maatschappij waarin gij leeft, op het gebied van kerk en staat en over heel de wereld, een zonde van nalatigheid of verzuim is, die u schuldig doet staan voor God.

Gij moet Gods waarheid en gerechtigheid aan uw medemenschen bekend maken, en gij moet den strijd aanbinden tegen de leugen, tegen de slechtheid en ongerechtigheid op ieder gebied.

Dit na te laten uit traagheid of gemakzucht, verraadt, zoo al geen gemis aan, dan toch zwakheid in de heilige liefde voor God.

Maar ook is het niet genoeg, dat ge in uw huis den Bijbel leest en daar, evenals in de maatschappij, Gods waarheid en recht zoekt te verbreiden; niet genoeg, dat gij Christelijk onderwijs voor uw kinderen zoekt; met Gods openbaring ook in het staatsleven rekent; in uw kerk voor Gods waarheid en recht opkomt en door de Zending Gods Naam ook onder heidenen, Mohammedanen en Joden zoekt te verbreiden; maar gij zondigt in dit alles ook, wanneer gij daarin niet dien ijver om God te dienen betoont, welken gij schuldig zijt.

Sluiten