Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

428

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN. DE SABBAT

De woorden, waarin het later, vóór het intrekken in KanaSn, door Mozes herhaald is en die ons medegedeeld zijn in Deuteronomium 5 : 12—15, luiden aldus: „Onderhoud den Sabbatdag, dat gij dien heiligt: gelijk als de Heere, uw God, u geboden heeft. Zes dagen zult gij arbeiden, en al uw werk doen; maar de zevende dag is de Sabbat des Heeren, uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uwe dochter, noch uw dienstknecht, noch uwe dienstmaagd, noch uw os, noch uw ezel, noch eenig van uw vee, noch de vreemdeling, die in uwe poorten is; opdat uw dienstknecht en uwe dienstmaagd ruste, gelijk als gij. Want gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht in Egypteland geweest zijt, en dat de Heere, uw God, u van daar heeft uitgeleid door eene sterke hand en eenen uitgestrekten arm; daarom heeft u de Heere, uw God, geboden, dat gij den Sabbatdag houden zult."

Reeds een oppervlakkige blik op de belde teksten doet zien, dat wij ook bij het vierde gebod, zoo in Exodus als in Deuteronomium, hebben te onderscheiden tusschen het gebod en zijn drangreden.

Een zelfde onderscheid tusschen het gebod en zijn drangreden vinden wij bovendien ook in Exodus 23 : 12, waar het Sabbatsgebod vermeld wordt in het z.g. Bondsboek, d. w. z. in Exodus 20 : 22—23 : 33. De naam van „Bondsboek" voor dit gedeelte van Mozes' tweede boek is ontleend aan Exodus 24 : 7: „En hij (n.1. Mozes) nam het boek des verbonds, en hij las het voor de ooren des volks; en zij zeiden: Al wat de Heere gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen."

In Exodus 23 : 12 dan luiden de woorden aldus:

„Zes dagen zult gij uwe werken doen; maar op den zevenden dag zult gij rusten; opdat uw os en uw ezel ruste, en dat de zoon uwer dienstmaagd en de vreemdeling adem scheppe."

Bepalen wij ons nu eerst tot het gebod.

Tot het gebod, zooals het luidt in Exodus 20 : 8—10 en in Deuteronomium 5 : 12—14.

Indien wij beide plaatsen wat nauwkeuriger bezien, blijkt, dat tusschen beide eenig verschil is.

In Exodus 20 : 8 staat: „Gedenk den Sabbatdag, dat gij dien heiligt," doch in Deuteronomium 5 : 12: „Onderhoud den Sabbatdag, dat gij dien heiligt," terwijl daaraan nog zijn toegevoegd de woorden: gelijk als de Heere, uw God, u geboden heeft.

Wat dan volgt: „Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen," staat zoowel in Exodus 20 : 9 als in Deuteronomium 5 : 13. In het Slotvers daarentegen is tusschen de twee plaatsen weer verschil. Dit verschil komt het gemakkelijkst uit, door, zooals wij hier doen, de beide verzen tegenover elkaar te stellen, en wat in Deuteronomium anders staat dan in Exodus, te cursiveeren.

Sluiten