Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE QROND VOOR DIE OMZETTING

505

Nu heeft Christus' Kerk zeker niet van meet af verstaan, dat zij niet den zevenden, maar den eersten dag der week rustdag of Sabbat moest houden.

De Christenen uit de Joden hebben lang den Sabbat van Israël gehouden, en eerst in den strijd tusschen Judaïsme en PauHnisme is het besef bij hen ontwaakt en later bij den ondergang van het Joodsche volksbestaan gesterkt, dat Israëls Sabbat, als behoorende tot den dienst der schaduwen, had afgedaan.

En wat de Christenen uit de heidenen betreft, moet men wel in het oog houden, dat de Grieken en Romeinen oorspronkelijk geen week van zeven dagen en dus ook geen zevenden dag als rustdag kenden.

De Grieken hadden heel geen „week". Zij deelden de maand in drie decaden of 3 X 10 dagen.

Bij de Romeinen daarentegen was wel de „week" bekend, maar eene van acht dagen. De landlieden b.v. arbeidden zeven dagen en kwamen op den achtsten dag naar de stad om markt te houden. Deze marktdag heette nundinae, woordelijk de negende, in werkelijkheid de achtste dag.

Van een rustdag was geen sprake.

*

En in deze wereld van Grieken en Romeinen heeft toen voor het eerst het „Jodendom in de Verstrooiing" de Joodsche week van zeven dagen met den laatsten dag als rustdag of Sabbat gebracht. De Joodsche historieschrijver Josephus, geboren 37 n. Chr., moge al overdrijven, wanneer hij schrijft: „Daar is geen stad, noch een Grieksche, noch een barbaarsche, noch één volk, waarin niet de zede van den zevenden dag, welken wij werkeloos doorbrengen, is verspreid," — toch ligt aan zijn bericht een goed deel waarheid ten grondslag.

Ook van elders weten wij, dat, toen het Christendom optrad, de Joodsche zede van den Sabbat door vele heidenen in de GriekschRomeinsche wereld reeds was overgenomen. De Romeinsche wijsgeer Seneca, een tijdgenoot van den apostel Paulus, verhaalt er van, maar keurt het af, wijl een mensch op deze wijze een zevende deel van zijn leven verliest. Sommige nu dezer heidenen hielden Sabbat, omdat zij zich als „godvreezenden", zooals de term was, meer of minder eng bij het Jodendom hadden aangesloten; de anderen, ook zonder dat het tot zulk een aansluiting kwam, alleen omdat van de breking van den arbeidstijd door één rustdag op zes werkdagen, zekere bekoring op hen uitging.

• * *

En zoo vonden dan de eerste verkondigers van de Christelijke religie, en onder hen ook de apostel Paulus, in vele plaatsen van de heidenwereld de Joodsche week met den zevenden dag als rustdag. Zij, en ook Paulus, hebben dit rusten op den zevenden dag op zich zelf niet bestreden. Alleen werd dan, gelijk ons bleek uit Handelingen 20 : 7 en 1 Corinthe 16:2, en dat met name in de kringen, die onder invloed van Paulus stonden, ook de eerste dag der week, als herinneringsdag aan 's Heeren opstan-

Sluiten