Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

530

van 'S heeren ORDINANTIËN. — de SABBAT

Maar nu volgt er iets, dat erger dan onduidelijkheid is.

In zijn ijver, om toch in den dag op zich zelf geen heiligheid te zien, gaat hij zoo ver, dat hij onze gebondenheid aan één rustdag op de zeven dagen, kortweg loochent „De ouden," zoo schrijft hij in § 34, „hebben naar goede onderscheiding den Sabbat door den „dag des Heeren" vervangen. Want naardien het einde en de vervulling van de ware rust, die de oude Sabbat afschaduwde, in de opstanding des Heeren gelegen is, zoo worden de Christenen door dien dag, die aan de schaduwen een einde gemaakt heeft, vermaand, aan de „schaduwachtige ceremonie" niet te blijven hangen." En dan vervolgt hij aldus: „Nochtans is mij niet zooveel aan het getal van zeven gelegen, dat ik de kerken aan de onderhouding van dien zou willen binden." Ja, van een moreele verplichting van één dag in de week, zegt hij nadrukkelijk niet te willen weten.

En dit nu is daarom zoo uiterst bedenkelijk, wijl daarmee te kort wordt gedaan aan de beteekenis van één rustdag op de zeven dagen als scheppingsordinantie Gods.

Wij haasten ons dan ook, er dadelijk aan toe te voegen, dat Calvijn later van deze dwaling is teruggekomen en in zijn commentaar op Genesis 2 : 3 schreef: God heeft eiken zevenden dag voor ruste bestemd, opdat Zijn eigen voorbeeld tot een duurzamen regel zou zijm En: die instelling is niet voor een enkele eeuw of volk, maar aan heel het menschelijk geslacht gegeven.

Met dit al heeft hij in de verschillende uitgaven van zijn Institutie het laten staan.

De orde in de kerk eischt nu eenmaal, dat wij juist op den eersten dag saamkomen. Het ideaal zou zijn, dat wij dagelijks bijeenkwamen, „opdat het onderscheid der dagen werd opgeheven".

Tegen deze onderscheiding der dagen, „discretio dierum", ging dan ook de door Calvijn en de andere Reformatoren zeker te ver gedreven strijd.

En tevens ging die strijd tegen het binden der consciëntie aan een andere wet, hetzij -van Staat of Kerk, dan de Wet van God; want: De Heere is onze Wetgever (Jesaja 33 : 22).

XIV.

DE SABBAT IN DEN HEIDELBERGER CATECHISMUS EN IN DIEN VAN A LASCO.

Gedenk den Sabbatdag, dat gij dien heiligt.

Exodus 20 i 8.

Wanneer Calvijn in zijn Institutie II, c. 8 § 34, omschrijft, wat hij voor ons de hoofdsom van het vierde gebod acht, dan zegt hij: „Gelijk onder een figuur aan de Joden de waarheid werd overgeleverd, zoo wordt zij

Sluiten