Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

182

VAN 'SHEEREN ORDINANTIËN

lijke wereldorde, dan mag van het instinct der dieren zeker wel allerminst worden gezwegen.

* * *

Het woord „instinct", van het Latijnsche instinguere, aanprikkelen,, aanzetten, maakt de zaak zelf, die er door wordt aangewezen, nog niet veel duidelijker. Onze taal heeft voor het woord instinct niet één, maar vele woorden. In plaats van „instinct" toch spreken wij beurtelings van natuurdrift, kunstdrift, natuurlijke aandrift; van ingeschapen neiging, van aangeboren geschiktheid. Deze woorden duiden zeker méér aan dan het woord instinct; toch zouden wij ze niet gaarne alle voor onze rekening nemen, als het te doen is om het juiste woord voor het merkwaardig verschijnsel, dat wij hier op het oog hebben. Ware de uitdrukking niet zoo onbepaald, dan zou onder hen „aangeboren geschiktheid" de voorkeur verdienen. Komen wij daarom van het woord tot de zaak, en wijzen eerstop eenige voorbeelden van wat men het instinct noemt

* * *

De Schrift zelf gaat ons hierin voor, waar zij ons wijst op „het trekken der vogels". In Jeremia 8 : 4 lezen wij, hoe de profeet bevel ontving, een door hem ontvangen woord van zijn God aan het volk van Jeruzalem te brengen. In wat daar verder volgt, blijkt, hoe er omtrent de kennisse Gods, die Jeremia's tijdgenooten meenden te bezitten, een groot zelfbedrog bestond. In het bezit van priesters en profeten, die hun onderricht in den naam van Jehova medegedeeld, zelfs opschreven, lieten zij zich op hun kennis niet weinig voorstaan. De burgerij van Jeruzalem zeide tot Jeremia: „Wij zijn wijs, en de wet des Heeren is bij ons" (vers 8). En toch, in naam van zijn God moest Jeremia het volk aanzeggen: Gij weet het recht des Heeren niet. In de voor uw geluk noodige kennis staat gij beneden het dier. Zelfs een ooievaar kent zijne gezette tijden, en eene tortelduif, een kraan en eene zwaluw nemen den tijd hunner aankomst waar; maar mijn volk weet het recht des Heeren niet (vers 7). Met die „tijden" worden dan bedoeld de vaste tijden voor het trekken naar het zuiden en het wederkeeren naar het nest. Het is dit kennen van hun vaste tijden, dat men bij de vogels „instinct" noemt

Een ander voorbeeld van instinct vindt men in de wijze waarop sommige dieren hun voedsel ontdekken of onderscheiden. Snippen en andere vogels vinden met hun snavels de plekken in slijk of zoden, waar zich de meeste wormen bevinden, zonder dat zij ze gezien kunnen hebben. De mollen graven juist daar, waar de meeste regenwormen zijn. Apen kennen de voor hen schadelijke vruchten en, zonder ze geproefd te hebben, werpen zij ze met afschuw weg. Volgens Linnaeus vreet het rund 276 soorten kruiden en laat ongeveer 218 van de soorten, die onder zijn bereik zijn, onaangeroerd. Het schaap zou 141 soorten laten staan en zich aan 387 te goed doen. En ook deze onderscheiding van kruid en kruid hangt dan saam met zijn schadelijkheid of nuttigheid.

Verder vertoonen zich bij de dieren, wat men noemt „de sociale

Sluiten