Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORSTELLEN. — ASSOCIATIE. GEHEUGEN. HERINNEREN 359

één boom, de andere boomen, die om hem heen staan, nog wel zien, zoo ook kunnen wij, zij het ook minder duidelijke voorstellingen in het bewustzijn hebben, te midden van één duidelijke. Ieder kan dit bij zich zelf innerlijk waarnemen. Indien gij op ditzelfde moment uw oogen sluit en u dan met aandacht voorstelt b.v. een persoon, dien gij vandaag gezien hebt, kunt gij daarvan niet losmaken de plaats waar gij hem hebt gezien, maar evenzoo staat, zij het ook onduidelijk, de voorstelling in uw bewustzijn van de kamer waarin gij thans zit. Dan, nu is er in de tweede plaats nog iets.

Zonder met Herbart te spreken van een „dorpel" van het bewustzijn, hebben wij hierboven gewezen op het feit, dat de ziel nooit geheel maar slechts ten deele „bewust" is, en spraken daarom van het bewuste en het onder-bewuste, evenals bij het water van een beek. Zonder beeldspraak nu, komt dit hierop neer, dat de ziel veel en velerlei werkt zonder er zich bewust van te zijn, zonder er weet van te hebben.

Wij wezen reeds voor de „onbewuste gewaarwordingen" op het voorbeeld van het tikken van een klok. Zoo ook kunnen wij over de straat gaan zonder op de menschen of de huizen te letten, en later komt dan plotseling een „voorstelling" van menschen of huizen, die wij vroeger zijn voorbijgegaan, bij ons op.

Blijkbaar hebben wij dan toen onbewust, zonder er weet van te hebben, waargenomen.

Maar bovendien overkomt het ons ook, dat wij ons op zeker oogenblik iets willen voorstellen, en het maar niet gelukt.

B.v. een mooie episode uit een verhaal dat wij vroeger gelezen hebben; de plaats waar wij vroeger iets, b.v. een boek, hebben neergelegd.

„Hoe was het ook weer?" „Waar heb ik het nu gelegd?" Zoo vragen wij ons zelf dan af, doch het antwoord komt maar niet. En zie, juist als wij er ons nu maar niet verder mee bezighouden, „schiet het ons plotseling te binnen", d. w. z. staat het opeens duidelijk in ons bewustzijn.

Blijkbaar is de ziel dus, zonder dat zij er weet van had, in dien tijd bezig geweest de voorstelling te maken.

In dezen zin nu kan men spreken ook van „onbewuste voorstellingen".

* *

Met opzet hebben wij hier wat lang stilgestaan bij die werking der ziel, welke wij als „voorstellen" aanduiden. Andere verschijnselen van het zieleleven, die hiermee saamhangen, zullen nu des te gemakkelijker zijn te doorzien.

Hiertoe behoort dan allereerst wat men noemt de associatie of verbinding van voorstellingen, waaronder men dan verstaat, dat aan een voorstelling zich onwillekeurig een andere verbindt en die als „terugbrengt" in ons bewustzijn. Is b.v. op een gegeven oogenblik de voorstelling van uw kind niet aanwezig in uw bewustzijn, de voorstelling van een bloem, die hij u heeft geschonken, zal er plotseling die van uw kind als in terugbrengen. Zoo ook zal de eerste regel van een vers u de volgende; de eerste tonen van een melodie u heel de melodie in het bewustzijn als terugroepen.

Sluiten