Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

ZONDAG XXVII. HOOFDSTUK V.

De vraag was dus maar: Is met de bedeeling van Israël ook het Verbond Gods te niet gedaan? Of wel staat het oud-Verbond, dat met Israël onder ging, in de wereldkerk als een nieuw-Verbond weer op? Deze vraag nu heeft de Christus zoo stellig mogelijk voor ons uitgemaakt. Hij heeft eer Hij sterven ging, met den beker der dankzegging het nieuw Verbond in zijn bloed ingesteld. Hierin lag dus de uitspraak, dat de aloude profetie: „In die dagen zal ik een nieuw Verbond oprichten", in vervulling was gegaan. En de heilige apostelen hebben dan ook niet nagelaten gedurig op de inwerkingtreding van dit Nieuw Verbond te wijzen.

Er kan dus, voor wie aan de Heilige Schrift gelooft, geen zweem van twijfel overblijven, of, al ging de oude vorm van het Verbond met het scheuren van het voorhangsel des Tempels onder, in nieuwen vorm bestaat ditzelfde Verbond Gods aldoor.

Maar welke is nu de regel van dit nieuwe Verbond? Is het nieuw Verbond uitsluitend een persoonlijk verbond tusschen God Drieëenig en den enkelen uitverkorene, of wel is ook hier het Verbond Gods een verbond aangegaan met den persoon en zijn zaad? Reeds zonder nadere openbaring der H. Schrift zouden we verplicht zijn hierop in laatst gemelden zin te antwoorden. Want wel is ook een strikt persoonlijk verbond denkbaar, gelijk tusschen David en Jonathan, maar zelfs bij Jonathan en David sluit toch dit verbond in, dat David ook voor Jonathans geslacht zorgen blijft. Een verbond, dat niet voor een bepaald aantal jaren of voor een bepaalde zaak, maar met eeuwigen duur en heel uw aanzijn omvattend met u gesloten wordt, sluit altoos ook het geslacht in, tenzij het tegendeel zij uitgedrukt. Het verbond van den keizer van Oostenrijk met den keizer van Duitschland, ging zonder nadere bepaling van keizer Willem I op keizer Frederik, en van keizer Frederik op keizer Willem II over.

Doch bij deze gissing behoeven wij ons niet op te houden. Het veiligst gaat in geloofszaken wie zich houdt aan de duidelijke uitspraken der Heilige Schrift. En wat openbaart ons nu die Heilige Schrift over den aard en den regel van het Verbond Gods in zijn A/ieuw-Testamentischen vorm? Hoor het uit wat Petrus op den Pinksterdag zelve bij het eerste optreden van de wereldkerk zegt: „Want u komt de belofte toe en uwen kinderen en allen die daar verre zijn, zoo velen de Heere onze God er toe roepen zal". De kinderen uit een Christenvrouw geboren zijn heilig, zelfs al is de vader nog een Heiden. „Anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn ze heilig." De menigte der Christenen is niet maar een vereeniging van individuën, maar een „priesterlijk volk", een denkbeeld dat

Sluiten