Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

zondag xxvh. hoofdstuk viii.

obsignanda). Een daad des Heiligen Geestes in de pasgeborenen, die Voetius dan nader aldus omschrijft op p. 265: „Wat aldus in het kindeke gewerkt wordt, is nog geen geloofsdaad noch in eigenlijken zin een hebbelijk geloof maar een bestaanswijze en vermogen in zijn verstand en wil, waaruit gelijk uit een zaad te zijner tijd door een nieuwe daad des Heiligen GeéStes de gesteldheden en hebbelijkheden des geloofs voortkomen". En in de Catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus van Ds Pouderoyen, die eigenlijk ook van Voetius herkomstig is, wordt op de desbetreffende vraag geantwoord: Ja, „dat ze den Heiligen Geest hebben, zoowel als de volwassenen en de verlossing van de zonde". Vr.: Bewijs dat de kinderen den Geest Christi hebben? Antw.: 1 Cor. 7 : 14: „Want anders waren uwe kinderen onrein, maar nu zijn ze heilig". Vr.: Kan men uit deze plaats bewijzen, dat de kinderkens den Heiligen Geest hebben? Antw.: Ja. Vr. Hoe? Antw.: „Omdat men niet heilig zijn kan zonder den Heiligen Geest" (p. 415). ;

Cloppenburg in zijn Exercit. Theol. Tom. I. p. 1097, laat zich geheel in gelijken geest uit: „Het is voldoende zoo de beteekende zaak in den Doop zij de inlijving der kinderkens in Christus en de gemeenschap van den Heiligen Geest die hen bewaart, teneinde, als ze zullen tot jaren gekomen zijn, het zaligmakend geloof in hen uit te werken Wij gaan

dus uit van de onderstelling, dat de kleine kinderkens der geloovigen door een verborgen onmiddellijke werking van den Heiligen Geest Christus worden ingelijfd, totdat ze, hetzij in hun leven, hetzij in hun sterven, aan het einde hunner jeugd gekomen, nog in het vleesch of buiten het vleesch, door geloof of door aanschouwing die zaligheden bekomen mogen, die God hun, gelijk ook ons, betuigd heeft."

P van Maastricht zegt in Deel III op blz. 617 van zijn Besch. en practicale Godgeleerdheid, dat de kinderkens der Bondelingen daarom moeten gedoopt worden „omdat ze der weldaden van het verbond der genade, der wedergeboorte en vergeving der zonde, deelachtig zijn". Voorts omdat ze leden zijn van het geheimzinnige lichaam van Christus, en derhalve het teeken der inlijving ontvangen moeten". En eindelijk: vermits wij in de Heilige Schrift belast worden te doopen, zoovele er den Heiligen

Geest ontvangen hebben" en volgens diezelfde Heilige Schrift (Luc.

1-15 Jer 1:5) „de kleine kinderen den Heiligen Geest ontvangen .

De professoren der Leidsche faculteit, wier gezag in de dagen der Dordtsche Synode zoo hoog stond, Polyander, Walaeus, Rivet, en Thyhsius spreken zich in hun Synopsis purioris Theologiae in gelijken zin uit (Zie Ed. Bavink p. 500 Disp. 44 c. 47 v. 9): „Tot de te doopen voorwerpen rekenen wij in de tweede plaats de kinderkens der geloo-

Sluiten