Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAG XXVIH. HOOFDSTUK V.

105

den beker was niet iets, dat enkel bij het Pascha plaats greep, maar ook bij andere maaltijden gewoonte was. Zelfs weten we zeer bepaaldelijk, dat Jezus én bij gelegenheid der zalving te Bethanië, én bij de voetwassching met zijn jongeren aanzat. En toch heeft de Christus niet bij één van deze voorafgaande maaltijden, maar zeer bepaaldelijk bij dezen Paaschmaaltijd het heilig Avondmaal ingesteld. Er is dus geen sprake van dat deze verbinding van het Avondmaal met het Pascha toevallig zou zijn. Ze is opzettelijk en moet in dit opzettelijk verband begrepen worden.

De beweegreden hiertoe nu voelt men terstond, zoo men let op wat de Christus bij het Avondmaal sprak van het Nieuwe Verbond. Hiervan had Hij vroeger nooit gesproken. Hij was geworden uit eene vrouw, geworden onder de wet, en was alzoo hoogepriesterlijk voor ons in de oude Bedeeling der schaduwen en in het Oude Verbond ingegaan. Als staande onder dit Oude Verbond was Hij besneden op den achtsten dag; als zijnde onder dat Verbond was Hij als eerstgeborene van Maria gelost; als levende onder dat Oude Verbond was Hij op de groote feesten mee opgegaan naar Jeruzalem, en had den tempel op Sion als de woonstede Gods geëerd. Maar nu was het einde van dezen toestand gekomen. Gelijk dit Oude Verbond van God met het volk der schaduwen eens bij Horeb zijn aanvang had genomen, zoo moest het even stellig in een bepaald feit zijn einde vinden; en dit feit zou zijn het brengen van het waarachtig zoenoffer, waarop alle offerande onder Israël gedoeld had. Daarom zou straks terwijl Hij op Golgotha stierf, het voorhangsel des tempels scheuren van boven tot beneden, en daarom moest het thans voor zijn jongeren uitgesproken, dat het einde van het Oude Verbond nabij was. Straks opgestaan van den disch zou Hij met zijn jongeren naar Gethsémané alleen naar Golgotha gaan, om zijn bloedige offerande te volbrengen. Zooals Hij daar met zijn jongeren aanzat was het dan ook voor het Oud Verbond de laatste ure. Het einde was er, en door Golgotha zelf zou aan het Pascha voor altoos, gelijk het dusver in zijn symbolischen vorm bestaan had, een einde worden gemaakt. Daarom sprak Hij tot zijn jongeren, na eerst met hen het bloed van het Paaschlam vergoten te hebben (dat nog des Ouden Testaments was): hetgeen, waar we nu met dezen beker aan toekomen, is het bloed niet meer des Ouden maar des Nieuwen Testaments. Het spreekt toch vanzelf, .dat toen Jezus met zijn jongeren Pascha ging vieren, ook door zijn jongeren een lam gekocht en bij den tempel geslacht was en na uitgieting van het bloed, naar de Paaschzaal was heengetogen, om daar door Jezus met zijn jongeren gegeten te worden. Welnu, dat was nog het bloed des Ouden Testaments geweest; en het is kennelijk in tegenstelling met dat bloed des Ouden Testaments, dat de Christus bij de

Sluiten