Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAG XXXö. HOOFDSTUK V.

207

daarna voor de zonden des volks; want dat heeft Hij eenmaal gedaan, als Hij zichzelven opgeofferd heeft' (Hebr. VII : 27). „Noch ook opdat Hij zichzelven dikmaals zou opofferen, gelijk de hoogepriester alle jaar in het heiligdom ingaat met vreemd bloed; anders had Hij dikmaals moeten lijden van de grondlegging der wereld af; maar nu is Hij eenmaal in de voleinding der eeuwen geopenbaard, om de zonde te niet te doen door zijn zelfofferande; alzoo dat Christus eenmaal geofferd is, om veler zonden weg te nemen" (Hebr. IX : 25, 26 en 28). Alles hing dus aan deze ééne wilsdaad van den Christus, „in welken wil wij geheiligd zijn, door de offerande des lichaams van Christus, eenmaal geschied; en een iegelijk priester (Aaron) stond wel alle dag dienende en dezelfde slachtoffers dikmaals offerende, die de zonde nimmermeer kunnen wegnemen; maar deze, een slachtoffer voor de zonde geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods" (Hebr. X : 10—12).

De uitspraken der Heilige Schrift zijn dus juist op dit punt zoo omstandig en duidelijk mogelijk. Van den val in het paradijs af tot op Golgotha, is er geen enkel wezenlijk zoenoffer geschied. Op Golgotha eerst is het offer voor de zonde gebracht; en dit offer eenmaal geschied zijnde wordt niet herhaald; en kan niet herhaald worden; omdat het eeuwige geldigheid heeft, zoowel voor de geloovigen van het Oud Verbond als voor de geloovigen des Nieuwen Testaments.

Ook hierop dient gelet. Immers de Roomsche kerkleer houdt staande, dat de geldigheid van Jezus' offerande slechts verkregen wordt door een gestadige herhaling van zijn offerande op onbloedige wijze; waar, dit zoo zijnde, dus ook uit volgt, dat er voor de geloovigen van het paradijs af tot Golgotha geen verzoening denkbaar was. Immers de Schrift zegt duidelijk, dat de dierlijke offeranden geen verzoening konden teweegbrengen. En is het nu waar, dat ook de offerande van Christus geen nut doet, tenzij ze op onbloedige wijze door ons wordt herhaald; dan zou er of door Adam, Abel, Seth enz. reeds öf'een Mis moeten bediend zijn, óf wel de vrucht van Jezus' zoenoffer gaat voor hen 'teloor. Zegt Rome daarentegen, dat de oudvaders de vergeving hebben verworven uit Christus' offerande zonder onbloedige herhaling of verzinbeelding er van, welnu dan volgt hieruit, dat dit veel meer nog ook thans mogelijk is, en zinkt alzoo onder de Mis zelfs heel de bodem der noodzakelijkheid weg.

En wat Rome nu zegt dat toch de offerande van Christus moet worden toegepast op den enkelen zondaar, dit ontkent geen enkel Calvinist. Veeleer wordt dit ook onzerzijds volstandig beleden, en zijn we gekant tegen elke ongeestelijke voorstelling alsof Golgotha "zonder meer op zichzelf de ziel

Sluiten