Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAG XXXI. HOOFDSTUK VI.

287!

kerk doet, geldt voor God, geldt voor den Heere Christus in zijn Koninkrijk. Niet twee lichamen zijn het. Het ééne de zichtbare kerk, die aan uw goeddunken is overgelaten, en het andere de onzichtbare kerk, die veilig in haar Heere is; maar deze beide moeten tot elkander staan als de ziel tot het lichaam. Als ge iemand ontmoet, kunt ge zijn ziel niet zien noch rechtstreeks die aanraken. Wat ge ziet is zijn uitwendige gestalte, zijn lichaam, zijn uitwendig voorkomen, waarin de ziel wel spreekt en wel doorstraalt, maar zonder dat gij die ziel rechtstreeks grijpen kunt. Maar toch zou die gestalte voor u ophouden de gestalte van uw kind, van uw vriend, van uw broeder te zijn, zoodra ge ophieldt te gelooven, dat de ziel er achter zit, dat hetgeen door dit lichaam heengluurt, werkelijk zijn ziel is. Wel hecht ge, ook als de ziel uit het lichaam is gevaren, de eerste dagen nog aan het stoffelijk omhulsel, dat hij aflegde, maar toch, ge weet zeer wel, dat dit omhulsel niet meer uw kind, uw vriend, uw 'broeder, maar alleen zijn tijk is. En hoe kunstig men ook uit was een menschelijk lichaam moge naboetseeren, toch weet ge zeer wel, dat achter dit wassen beeld geen ziel huist, en dat het, omdat er geen ziel in schuilt, geen menschelijk wezen is. En zoo nu ook is het bij uw kerk. In uw uitwendige kerk hebt ge nooit anders te doen, dan met het uitwendig lichaam, en de verborgen ziel der kerk kunt ge nooit rechtstreeks grijpen. Maar toch moet steeds het besef in u leven, dat achter dat uitwendig lichaam zich inwendig de ziel der kerk beweegt en leeft; want zoodra ge dat besef en dat geloof verliest, hebt ge niet meer met een levende kerk te doen, maar öf met een gestorven kerk, die nog slechts de gestalte van het lijk vertoont, óf wel met een uit was nagebootst kerkelijk lichaam, waar nooit een ziel in was.

Dit nu maakt, dat al wat zich collegiaal aandient, al wat een genootschap is, al wat gemaakte menschelijke vereeniging is, nooit voor u die kerk kan zijn, waaraan Jezus zijn Sleutelmacht toevertrouwde; om de eenvoudige reden, dat zulk een collegiale bond of genootschap nooit het lichaam kan zijn, waar de ziel van Jezus' kerk in huist, en alzoo nooit openbaring van zijn mystiek Lichaam kan wezen of toegang tot het Koninkrijk der hemelen kan openen. Wel kan achter dit collegiale genootschapskleed een wezenlijk kerkelijk instituut verborgen zijn, dat. metterdaad de ziel der kerk in zich draagt en wel wezenlijk toegang tot het Koninkrijk der hemelen geeft; maar het kleed is nooit het lichaam en mag dus nooit aangezien voor het instituut. Een verschil dat ge op onfeilbare wijze hieraan merken kunt, dat een wezenlijk kerkelijk instituut nooit iemand af zal snijden, dan zoo het gelooft, dat men hem hiermee ook buiten het Koninkrijk der hemelen sluit; terwijl omgekeerd een col-

Sluiten