Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAG XXXI. HOOFDSTUK VII.

295

Ge zoudt niet gebaat zijn met een vergeving der zonden, die over enkele bepaalde zonden liep. Wat u baten en redden kan, is alleen een principieele vergiffenis, waarmee God u dit zondig bestaan van uw hart vergeeft; een vergiffenis, die zich dan vanzelf uitstrekt over al wat uit dien wortel der zonde in u, en uit die onzalige fontein in uw hart voortkomt.

Dit nu is uwe rechtvaardigmaking. Zooals ge daar staat met uw zondigen oorsprong, met uw zondig bestaan, met uw verzondigd hart en uw verzondigd leven, spreekt God u om Christus' wille rechtvaardig, en Jezus zegt tot u: „Gij zijt rein, om het woord dat Ik tot u gesproken heb". En daarmee nu houden de apostelen zich bezig. Ze verliezen zich niet in bijzonderheden; ze pluizen niet wettisch elke zonde in elk bepaald geval uit. Ze weten, dat het u niet zou baten, al waren u duizend zonden vergeven, zoo andere duizend en nogmaals duizend zonden u gehouden wierden; meest zonden waarvan ge zelf niets gemerkt hebt. En deswege tasten ze het kwaad bij u in den wortel aan, en verkondigen u, dat uw zonden u vergeven zijn om Christus' wil, al is het ook dat de inwonende zonde nog in u nawerkt.

Daarop richten ze hun apostolische macht. Op dien wortel des levens in u richten zij al hun werkzaamheid. Ze zetten u, krachtens hun volmacht, op allerlei w$ze uiteen, wat de voorwaarden en bedingen zijn, waaraan deze principieele vergiffenis uwer zonde hangt; en ze doen dit in hun schrijven aan de toènmalige kerken op zulk een wijs, dat het nog evenzoo voor ons geldt; en voor ons geheel dezelfde kracht bezit.

Met uw Middelaar hebt ge te doen, en deze uw Middelaar spreekt tot u door den mond van zijn onfeilbare apostelen. Voelt ge dus den last uwer zonde, en dorst ge naar vergiffenis, om, van zonden vrij, in het Koninkrijk der hemelen in te gaan, dan wordt ge door Jezus zelf naar zijn apostelen verwezen. Zij zullen u in wat ze u van Hem berichten en leerstellig ontwikkelen, geheel het mysterie van de vergiffenis der zonde klaar en helder voor oogen stellen. En wie zich nu houdt aan de bedingen door hen gesteld, die heeft de zekerheid, dat zoolang naar het apostolisch woord hun zonde gebonden is, zij schuldig voor God blijven staan; maar ook dat, zoo hun zonde naar het apostolisch woord vergeven is, deze vergiffenis ook bij God geldt en ontbonden is in het Koninkrijk der hemelen.

Sluiten