Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ondag xxxiv*. hoofdstuk iv.

beweging als wij. Hun hart was als ons hart. En daarom, al verschillen de vormen, hun afgoderij was in den grond der zaak dezelfde afgoderij, als die nu in ons beschaafd Europa van de negentiende eeuw wordt gepleegd. Het is al zelfaanbidding, aanbidding van de Natuur, aanbidding van den Staat, aanbidding van de Wetenschap, aanbidding van den Mammon, of aanbidding van het Vleesch. En ook in ons land weet ge zeker dat elk ingezetene van Nederland, die niet den eenigen waarachtigen God aanbidt, in het verborgene van zijn hart, bewust of onbewust, voor een dezer „goden van onze eeuw" den wierook ontsteekt, voor een dezer gevierde machten al wat teeder en heilig is, zwichten laat, en niet op den levenden God, maar op een dezer creaturen zijn vertrouwen stelt.

Dat moet zoo. De mensch kan er niet aan ontkomen. En daarom Atheïsten in volstrekten zin zijn er niet. Werkelijk zijn er alleen óf menschen die God, óf menschen die een afgod eeren. Een derde is ondenkbaar. En het verschil ligt alleen hierin, dat de één een afgod van hooger, en de ander een afgod van lager rang en orde aanbidt. Want natuurlijk al staan alle afgodendienaars hierin gelijk, dat ze het schepsel in plaats van den Schepper de eere geven toch scheelt het hemelsbreed, of iemand de macht waarvoor alles zwichten moet en die hem in geestdrift ontsteekt, zoekt in de harmonie der natuur en den adel der wetenschap en de glorie van den Staat, of wel dat hij slaaf van het goud is en zich verliest en verdoet in brasserij en dierlijkheid. Mits maar nooit uit het oog worde verloren, dat dit verschil nooit anders dan gradueel is. Een verschil in graad en niet in soort. Want in den wortel der zaak is alle afgoderij één van herkomst en één van aard, omdat alle afgoderij leugenachtig is, en den eenigen waarachtigen God weerstaat.

VIERDE HOOFDSTUK.

En zeide tot Hem: Al deze dingen zal ik u geven, indien gij, nedervallende, mij zult aanbidden.

Toen zeide jezus tot hem: Ga weg Satan, want er staat geschreven: Den Heere, uwen God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.

Matth. 4 : 9 en 10.

Ons vorig hoofdstuk toonde aan, hoe, wie God varen laat, vanzelf gedrongen en gedreven wordt, om in Natuuraanbidding en St^Htsvergoding, in vereering van Wetenschap en Kunst, en ten slotte in Mammondienst

Sluiten