Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAG XXI. HOOFDSTUK VII.

151

te onderzoeken welke gaven des Heiligen Geestes hem verleend zijn, gaven van algemeenen aard, als daar zijn geloof en hoop en liefde, nader gespreid in ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid, en in door nederigheid uitstralende ontferming; maar ook gaven van bij zonderen aard, als daar zijn gaven des gebeds, gaven van lof en dankzegging, gaven van profetie, gaven van onderscheiding der geesten, en gaven van het zieldoordringend woord, uitstralende in ontdekking, vermaan en vertroosting.

Vloeit evenzeer voort, dat gij, staande onder het gebod, om deze gaven niet te begraven in de aarde, maar er mee te woekeren, deze niet voor u zelven moogt houden, maar geroepen zijt ze in uw omgeving, voor zoover gij aanraking vinden kunt, ten nutte en ter zaligheid van andere lidmaten van het zelfde Lichaam des Heeren aan te wenden.

En vloeit dus eindelijk voort, dat ge die anderen hebt te zoeken, u aan die anderen hebt te openbaren, met die anderen gemeenschap hebt te oefenen, en zulks niet enkel om hen te zegenen, maar evenzoo om een zegen van hen te ontvangen.

Zoo worden dan door de belijdenis van het persoonlijk geloof en door de openbaring der persoonlijke gaven de Leden van het Lichaam van Christus voor elkander openbaar en waarneembaar, en wordt de kerk voor hen zichtbaar.

ZEVENDE HOOFDSTUK.

Tot prijs der heerlijkheid zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde: in welken wij hebben de verlossing door zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden.

Efeze 1 : 6, 7a.

In de Apostolische Geloofsbelijdenis volgt op de belijdenis van „den Heiligen Geest", de „Kerk" en de „Gemeenschap der Heiligen", alvorens tot de „Opstanding des vleesches" wordt overgegaan, nog een apart stuk aangeduid met de woorden: Vergeving der zonden.

De behandeling van dit gewichtig geloofsartikel in onzen Heidelbergschen Catechismus is niet gelukkig, en ook in Ursinus' Schatboek loopt het met een korte bespreking af. Oorzaak hiervan is, dat de Heidelbergsche Catechismus in Zondag XXIII dit stuk opzettelijk in den breede behandelt

Sluiten