Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

162

ZONDAG XXI&. HOOFDSTUK I.

geert zaak van het hart, maar puur van verstandelijke redeneering is. Intellectueele goochelaars, verstandelijke acrobaten en koordedansers, die zich aan halsbrekende toeren wagen, om u te beredeneeren, dat een cirkel vierkant of een ruit rond is, en zoo ook op dit stuk u haarfijn voorpluizen, hoe al wat de Schrift van de Uitverkiezing leert, uiteraard wel bestaan kan met haar algeheele wegcijfering en verwerping.

Houd u van dit soort lieden liefst op een afstand. Redeneer met hen nooit, tenzij ge het met bestraffende overmacht kunt doen, om met één ruk het rag van hun spinsel te verscheuren. Bij de zwijnen vergeleek de Heere dit soort menschen, voor wie men de paarlen van zijn heiligheid niet te grabbel zal werpen.

Heel anders daarentegen zijn de ondiepe lieden. De leer der Verkiezing is een ïvorfe/studie. En nu zijn er, helaas, maar al te veel lieden, die niets van het onderzoek van den wortel houden, en zich maar aldoor vermaken met twijg en blad. Zoo doen ze bij de leer der zonden, waarbij ze nooit tot Adam doordringen. Zoo doen ze bij de leer der verlossing, waarbij ze nooit duiken in de diepte van Gods raad. Zoo doen ze bij de kerk, waarbij ze nooit rekenen met het Lichaam Christi. En zoo nu doen ze ook met de leer der persoonlijke genade, waarbij ze nooit talen naar de Verkiezinge Gods. Dit soort menschen is van alle duiken afkeerig en stelt zich tevree met het dobberen in den waterspiegel.

Ze minnen de oppervlakte en schuwen dieper onderzoek. Ze wonen in hun huis, en sterven in hun huis, zonder ooit te vragen naar de fundamenten.

Bij deze lieden schuilt het kwaad dus niet in onaandoenlijkheid noch in verklaarde vijandschap, maar in zekere geestelijke traagheid. Hun vang is te klein en te kort. Ze scheepten zich in zonder een dieplood mee te nemen, en kunnen daarom den bodem onder de wateren niet peilen.

Het naast aan deze staan de halve vrienden.

Dit zijn menschen, die wel terdege iets gevoelen voor de eere Gods, die bij dit vraagstuk betrokken is, maar die toch ook weer te veel voelen voor de eere van den mensch, die er bij dit vraagstuk ganschelijk onder moet, om uit de volle borst en blij van toon de hymne der Uitverkiezing met u mee te zingen. Ze zijn geboren schipperaars. Lieden die zich het best er bij bevonden, zoo dikwijls ze het op een akkoord wierpen. Een vergelijk is voor hen steeds goud waard. En zoo schijnt hun ook ten deze de steen der wijzen gevonden te zijn, zoo men noch te veel links noch te veel rechts gaat, maar met bedachtzamen tred op het middenpaadje voortstrompelt. Half geven ze dus het ééne toe, maar half houden ze ook het andere vast, en zoo hebben ze niets geheel. Als deze lieden een man

Sluiten