Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zondag xxv. hoofdstuk vi.

433

wonderteekenen des Heeren zien wel op zijn openbaring, en ook de teekenen, die de Christus deed, strekken wel alle om Gods Naam te openbaren, maar ze zijn daarom nog geen Sacramenten. Sacramenten zijn alleen dié bepaalde openbaringsteekenen, die hooren bij het Genadeverbond in zijn blijvenden vorm. Ook dit laatste moet er bij. Want de starrenhemel en het zand aan den oever der zee waren wel openbaringsteekenen, die voor Abraham op het verbond der genade doelden; maar ze zijn geen Sacramenten, omdat ze slechts voorbijgaande beteekenis voor Abraham hadden.

ZESDE HOOFDSTUK.

En hij heeft het teeken der besnijdenis ontvangen tot een zegel der rechtvaardigheid des geloofs, die hem in de voorhuid was toegerekend; opdat hij zou zyn een vader van allen die gelooven, in de voorhuid zijnde, teneinde ook hun de rechtvaardig* heid toegerekend worde. Rom. 4 : 11.

Een Sacrament is dan, naar de uitlegging van onzen Catechismus een heilig, zichtbaar waarteeken en zegel; een omschrijving waaraan niets behoeft veranderd te worden, en die ook thans nog uitnemend dienst doet, mits elk der termen er van goed worde verstaan.

Een Sacrament heet „heilig" in gelijken zin als de Schriftuur „heilig" heet, en er gesproken wordt van „heilige" apostelen en een „heilig" Evangelium. Zoo spreken we dan ook van den heiligen Doop en van het heilig Avondmaal; en het is zelfs afkeurenswaard, indien men opzettelijk dit „heilig" voor Doop en Avondmaal weglaat. Natuurlijk is er geen bezwaar tegen om evengoed van „de Schrift" als van „de Heilige Schrift" te spreken; immers die Schrift zelve gaat ons hierin voor. Het zou dus onnatuurlijke stijfheid en gewrongenheid worden, indien men waande nooit anders te mogen spreken dan van „de Schrift" met een H. er voor. Dit is niet zoo. Van „de Schrift" zonder meer te spreken is volkomen geoorloofd, mits er slechts nooit anders dan „de H. Schrift" onder worde verstaan. Niet een „heilige Belijdenis"; nimmer een „heilige Catechismus", en evenmin „heilige leerredenen van Dordt". Dit ware misbruik van het woord „heilig", en zou aan de Formulieren van eenheid iets toekennen, wat hun niet toekomt. Maar juist omdat de Schriftuur van al deze

E Voto II

Sluiten