Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

514

ZONDAG XXVI. HOOFDSTUK II.

aan, en aan niets anders, is het dus toe te schrijven, dat er tusschen den Doop van Johannes en alle doopen vóór Jezus' hemelvaart eenerzijds, en onzen Christelijken Doop anderzijds, altoos dit verschil moet blijven bestaan, dat alle Doopen die aan Jezus' hemelvaart voorafgingen de werking van den Heiligen Geest, die er bij hoorde, eerst op den Pinksterdag ontvingen, terwijl thans deze werking den waterdoop zelf verzelt.

Welke werking van den Heiligen Geest hiermee bedoeld zij, kan eerst later uiteengezet. Slechts moet tegenover de Roomsche voorstelling nu reeds aangemerkt, dat deze werking van den Heiligen Geest in den Doop niet die der wedergeboorte of der bekeering is. Reeds lang vóór den Pinksterdag waren de apostelen wedergeboren, en Johannes de Dooper had den Heiligen Geest ontvangen van zijns moeders lijf aan. Neen, er kan hier alleen van een zeer bijzondere, geheel eigenaardige werking van den Heiligen Geest sprake zijn, die rechtstreeks met Jezus' verheerlijking saamhing. Het gaat toch niet aan, te veronderstellen, dat de geloovigen onder het Oud Verbond, dat Johannes de Dooper, en dat de discipelen tot op den Pinksterdag buiten alle bewerking van den Heiligen Geest bleven, en dat toen voor het eerst eenige gemeenschap tusschen hen en dien Heiligen Geest ontstond. Het tegendeel blijkt reeds uit het ééne feit, dat de Heere Jezus na zijn opstanding op zijne apostelen blies, zeggende: Ontvangt den Heiligen Geest! Hoe nu zouden ze reeds onmiddellijk na zijn opstanding den Heiligen Geest ontvangen hebben, en dan toch dienzelfden Heiligen Geest pas ontvangen hebben op den Pinksterdag? Men gevoelt dit kan niet. Maar heel anders onderwijst ons dan ook. de Heilige Schrift, dat de werking van den Heiligen Geest nooit in Gods kerk heeft ontbroken, ook niet in de dagen des Ouden Verbonds, en dat dus ook in de dagen van Johannes den Dooper en in de dagen der discipelen van Jezus voor den Pinksterdag, nooit eene enkele oprechte bekeering tot stand kwam, dan door den Heiligen Geest. En evenzoo dat, overmits de ambtelijke gaven niet eerst later, maar reeds van oudsher vrucht van een gave des Heiligen Geestes waren, de Christus, bij de aanstelling van zijn discipelen tot apostelen, op hen kon blazen, en hun de ambtelijke gave des Heiligen Geestes kon toeblazen, zonder dat dit ook maar iets aan den Pinksterdag te kort deed. Maar thans op den Pinksterdag kwam de Heilige Geest voor het eerst, omdat Jezus nu verheerlijkt was, in deze zijn geheel eigenaardige werking, welke zal ons later blijken, en het is deze eigenaardige werking nu die rechtstreeks saamhing met het Sacrament van den heiligen Doop.

Sluiten