Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

522

ZONDAG XXVI. HOOFDSTUK IV.

koning zoo machtig, geen keizer zoo met majesteit bekleed, dat hij ooit, of onder welk beding ook, tot de instelling van een Sacrament bekwaam zou zijn. En zoo min eenig koning in staat is een Sacrament te scheppen, evenmin kan de kerk dit; en ze zou het niet kunnen, ook al smolt ze weer in kerkelijke eenheid saam, om één gelaat over alle deelen des aardrijks te vertoonen.

De reden waarom dit zóó en niet anders is, is terstond in te zien. Immers een Sacrament sluit in zich een handeling uit den hemel op de ziel van hem die het Sacrament gebruikt. Zonder die werking uit den hemel is het Sacrament dood. En overmits nu geen macht op aarde, hoe hoog ook geplaatst, ooit te beschikken heeft over de werking, die uit den hemel naar de ziel moet uitgaan, spreekt het vanzelf, dat geen Sacrament ooit door menschelijke instelling tot stand kan komen.

Toch lette men er wel op, dat ook de Heere Jezus den heiligen Doop niet als God, maar als Middelaar heeft ingezet. Dit blijkt ten duidelijkste uit Matth. XXVIII : 18, 19 en 20. In Matth. XXVIII : 18 toch doet de Heere Jezus zich voor als iemand, aan wien macht gegeven is. Hij zegt toch: „Mij is gegeven alle macht". Dit nu kan nooit van den Tweeden Persoon van de heilige Drieëenheid gezegd worden, overmits God de macht uit zich zelf heeft en ze nooit kan ontvangen van iets buiten zich. Het feit dus dat deze macht, krachtens welke Hij nu handelen ging, Hem door den Vader was gegeven, bewijst dat de Christus hier als Middelaar spreekt en als Middelaar handelt.

Toch werpt dit geenszins de stelling omver, dat alleen God een Sacrament kan instellen. Het is toch geheel hetzelfde, of God zulk een Sacrament rechtstreeks zelf instelt, gelijk Hij met de besnijdenis aan Abraham deed; of wel het middellijk door zijn knecht Mozes laat instellen, op zijn last en bevel, gelijk met het Pascha het geval was.

En overmits nu de Christus als Middelaar niets van zich zelven kan doen, maar alle dingen doet, gelijk Hem van den Vader geleerd is; en niet op aarde kwam om zijn eigen wil te doen, maar den wil zijns Vaders die in de hemelen is, zoo is dit juist het eigenaardige van den Middelaar, dat Hij alle ding doet, gelijk het door God verordineerd en Hem gelast is. Als Christus dus den heiligen Doop instelt, doet Hij dit in naam van God, en God doet het door Hem. Het is alzoo geheel hetzelfde, of ge zegt: De heilige Doop is door God ingesteld; of wel: De heilige Doop is ingezet door Christus. En zulks nu niet uit hoofde van het onloochenbare feit, dat Christus zelf God is te prijzen in alle eeuwigheid, maar overmits Hij als Middelaar slechts uitvoerder is van den wil zijns Vaders.

Sluiten