Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zondag xxvi. hoofdstuk iv.

523

Hoofdzaak is hier dus maar, dat ge zelf leeft en anderen doet leven onder den diepen indruk, dat we in den heiligen Doop te doen hebben met een Goddelijke instelling die ver boven alle menschelijke wilkeur verheven is, en dat God veracht wie een verachter van den heiligen Doop wordt bevonden.

Wat nu de instelling zelve van den Doop aangaat, zoo is deze geschied niet lang voor Jezus' hemelvaart. Niet alsof de Doop toen voor het eerst als iets nieuws opkwam, maar zoo dat hij alsnu voor de kerk in haar Nieuw-Testamentische bedeeling verordend wierd. Doch hierop komen we straks terug. Voorshands is het genoeg óp te merken, dat de Middelaar, toen Hij deze aarde verlaten ging, een algemeen bevel aan zijn heilige apostelen achterliet, waarin Hij hun beval, alle volkeren aan zijn naam te verbinden, en dit te doen daardoor, dat ze die volken doopten, en wel doopten „in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes", en voorts hen leeren zouden, te onderhouden, alles wat Jezus hun had geboden.

Hierbij nu dient gelet, èn op hetgeen aan deze inzetting van den Heiligen Doop vooraf ging, èn op den heiligen Doop zelven, èn op hetgeen op de inzetting des heiligen Doops volgde.

Vooraf ging de aangrijpende uitspraak: Mij is gegeven alle macht in den hemel en op de aarde. Dit was de vervulling van hetgeen David in Ps. CX profeteerde, toen de Heilige Geest door dezen psalmist sprak: „De Heere heeft tot mijnen Heere gesproken: Zit aan mijne rechterhand, totdat ik uwe vijanden zal gezet hebben tot een voetbank uwer voeten". Wie toch aan Gods rechterhand is gezeten, die is bekleed met alle macht in hemel en op aarde. Doch juist daarom hoort bij deze koninklijke aanstelling dan ook het bezit van een eigen volk en houdt Ps. CX : 3 de belofte in voor den Messias: „Uw volk zal zeer gewillig zijn op den dag uwer heirkracht, in heilige sieradiën; uit de baarmoeder des dageraads zal u de dauw uwer jeugd zijn". Juist nu Hij opvaart ten hemel, en Hem gegeven wordt een naam boven allen naam die genaamd wordt in den hemel en op de aarde, gaat dus zijn koninkrijk der hemelen in, en moet zijn volk, zijn eigen volk, dat Hem van den Vader gegeven is, en dat Hij tot den prijs van zijn bloed gekocht heeft, openbaar worden.

Welnu, dit wil de Heere dat geschieden zal door den heiligen Doop, en wel door den heiligen Doop als duurzame en blijvende instelling. Want wel zijn er alle eeuwen door zonderlinge predikers opgestaan, die meenden, dat dit gebod om te doopen wel voor de dagen der apostelen gold,

Sluiten