Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAG XLI. HOOFDSTUK VII.

179

Breed kunnen we echter bij de besprekingen dezer gruwelen niet zijn. Er is een diepte van Satan, die niet mag worden bloot gelegd, en waar, wie er niet van weet, een kind van God niet eens naar mag vragen. Daarom zij slechts kortelijk aangestipt, dat de Heilige Schrift den Vloek des Heeren uitspreekt tegen alle booze neiging van den verwilderden geest des menschen, om zijn oog op het dier te laten vallen,- als om bij of van dit dief eigen bevrediging van zijn onheilige driften te zoeken. Iets wat ook nu nog in 's Heeren naam moet aangezegd vooral bij sommige toestanden ten plattelande, en in de kazernen van ons ruitervolk. Natuurlijk van wat in de schandelijkste bordeelen geschiedt, spreken we niet eens. Dan waarschuwt in de tweede plaats Gods Woord ons én dringend én ernstelijk, om Gods heilige ordinantie, dat er man en vrouw zal zijn, niet teniet te doen, door soort naar soort te doen uitgaan, in stee dat het eene geslacht altoos het andere zoeken zou. Dit is met name de zonde van Sodom, nog versterkt door wat Paulus in Rom. I : 20 zegt van vrouwen onderling. En toch hoe zeer ook deze gruwel voor God nog altoos voortwoelt en woekert is niet te zeggen. Vooral op schepen en bij de Europeesche legers hoort men er schrikkelijke dingen van; en ook in de maatschappij gaan telkens booze geruchten om, die maar al te zeer toonen dat de zonde, waarom steden zijn omgekeerd, nog altoos God in den hemel tergt en hoont. En waar deze schandelijke gruwel langen tijd nog in hoofdzaak tusschen mannen schuilde, ontving men, helaas, vrij sterk den indruk dat thans, evenals in Paulus' dagen, ook onder vrouwen deze goddeloosheid weer sterk opkomende is. Iets wat niet verwonderen kan, waar immers geheel de emancipatie der vrouw er op gericht is, om het verschil tusschen man en vrouw te verzwakken, en aldus aan de tegenstelling der geslachten haar allesbeheerschende beteekenis te ontnemen. Het is daarom volstrekt niet overtollig, om ook op dit punt een geopend oog te hebben. Houderessen van kostscholen weten er van; en niet ten onrechte geven alle goede paedagogen den raad, om aan al wie ongehuwd is, een eigen afzonderlijke sponde te geven voor de nachtelijke rust.

Toch wane men niet, dat men door waakzaamheid of voorzorgsmaatregel het uitbreken van zulke schandelijke gruwelen tegenhoudt. Wat zulke booze geesten bant is alleen de Geest des Heeren; en daarom blijft altoos uw hoofdwapen, dat ge in uw kring Gods Woord tot heerschappij brengt, dat ge de zielen die aan u zijn toebetrouwd tot bekeering uitdrijft, en volhardt in den gebede, om over uw huis en kring de hulpe des Heeren in te roepen. Alleen indien zijn Verborgenheid over uw tente is, zijt ge tegen deze ontzettende demonische invloeden veilig.

Sluiten