Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

464

ZONDAG XLVIII. HOOFDSTUK t.

vertoont, dan waar hij kalm zijn weg naar den oceaan vervolgt door onze Nederlandsche gewesten. En op gelijke wijze nu zal en moet de kennisse van Gods heiligheden hier onderscheiden. Gods Naam heiligen staat op één lijn met de zon in haar verborgen vuurgloed, en is als de Rijn die zich van de gletschers neerstort; maar Uw Koninkrijk kome is die zon te wenschen in hare uitstraling, dien grootvorst onder Europa's stroomen te begroeten in zijn afvloeien door de staten en rijken van West-Europa.

„Gods Koninkrijk" is niet een zwevend, maar een zeer bepaald begrip. Het is in het minst niet een algemeene uitdrukking voor de heerschappij van het goede en ware en edele, maar, zonder zweem van overdrachtelijkheid, een koninkrijk in den vollen, rijken, zeer bepaalden zin van het woord. Een koninkrijk is niet maar een rijk, maar een rijk met een koning. Geenszins moogt ge dat woord dus op één lijn stellen met de overdrachtelijke beteekenis van rijk, wanneer men spreekt van delfstoffenrijk, plantenrijk en dierenrijk, alsof ge zeggen woudt: Evenals wij bij de delfstoffen en bij de planten en bij de dieren van een rijk spreken, om daarmee uit te drukken, dat ze saam een eigen sfeer vormen, waarin zekere vaste wetten heerschen, zoo ook is er een menschenrijk, en in dit menschenrijk heerschen vaste zedelijke wetten, en op dien grond noemen we de menschheid, voorzoover ze zich aan die wetten onderwerpt en in die zedelijke wereldorde ingaat, het „Koninkrijk der hemelen". Immers het springt in het oog, dat een rijk in dien algemeenen zin heel iets anders is dan een koninkrijk, dat bij de delfstoffen van zulk een rijk niet anders dan bij manier van overdracht gesproken wordt; en ook, dat in het delfstoffen-, planten- en dierenrijk de daar heerschende wetten vastelijk doorgaan, terwijl juist omgekeerd in het menschenrijk die vaste wetten der zedelijke wereldorde gedurig worden geschonden. De gezonde taal heeft daarom ook nooit van een menschenrijk naast het delfstoffen-, plantenen dierenrijk gesproken, maar zeer wel gevoeld, dat onder menschen het overdrachtelijk gebruik van dit woord geen stand kon houden. Onder menschen is er niet één rijk, maar zijn er vele rijken, en het is bij manier van overdracht van hetgeen onder menschen een rijk heet, dat dit woord ook op de drie sferen der natuur is toegepast. Opmerkelijk is het hierbij dat men ook niet gewoon is van een sterrenrijk te spreken, hoewel anders de vaste orde van het firmament hiertoe licht verleiden kon, en de Heilige Schrift door een bekende benaming van den Heere, onzen God, dit gebruik desnoods zou wettigen.

„Koninkrijk Gods" is alzoo een eigen uitdrukking, die naar de letter moet genomen. Het is het Rijk, waarin God Koning is. En dat wel onder

Sluiten