Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAG L. HOOFDSTUK III.

527

Hij onze levenskracht, ons licht, onze sterkte, ons hoog vertrek, onze rotssteen, en het schild onzer hope. Lees en herlees de psalmen maar, en zie hoe deze hooge liederen der vroomheid nooit moede worden, u altoos weer tot die" stemming des gemoeds op te wekken. De moeilijkheid voor ons is nog zoo telkens, om in het schepsel waarlijk een schepsel te zien, en niets dan een geschapen ding. Wij beelden ons nog zoo telkens in, dat een geschapen ding iets van zichzelf, iets met eigen inwonende kracht, iets met eigen inklevend vermogen is, zoodat we het ons buiten God denken, tegen God overstellen, en nu leven in de inbeelding, alsof er twee machten waren, waarmee we te rekenen hadden, eenerzijds dat schepsel en anderzijds God. Tusschen die twee slingeren we dan. De eene maal zoeken we het bij de macht van het schepsel, en als het schepsel tekort schiet en ons begeeft, dan nemen we tot God onze toevlucht. Zoolang we gezond zijn en alles wel loopt en er geld in kas is, steunen we vaak op onze lichaamskracht, op onze wijsheid en op ons geld en goed. En eerst als we krank worden, en alles tegenloopt, en het geld opraakt, dan zoeken we den vergeten God op. Juist zooals de zeevaarder, die dagen lang voor wind en golven afdrijft, en lacht en spot en vloekt; maar als nu de stormen opsteken, en het schip komt in nood, en het roer werkt niet meer, dén wordt opeens die vloek in een gebed verkeerd, en heet het: o, God, help mij! En dit zondig bestaan moet nu tegengegaan. Dit mag niet geduld. En zij die God kennen, moeten er in de kracht des Heiligen Geestes tegen worstelen, tot ze van geheel deze valsche inbeelding verlost en afgebracht zullen zijn. Neen, uw geld is niets, en uw lichaamskracht niets, en niets is al uw wijsheid, tenzij voor zooverre God hierin werkt en deze middelen bezigt om u te leiden. Een creatuur is nooit iets uit zichzelf, noch in zichzelf, noch op zichzelf. Een creatuur kan noch mag ooit anders beschouwd worden, dan als een instrument en een middel waarvan God de Heere zich bedient, om Zijn macht te laten werken. Van een tegenstelling tusschen God en het creatuur kan dus nooit sprake zijn. Op het creatuur te leunen en te steunen, alsof dit iets buiten God ware, is afgoderij. Het is aan het creatuur iets toekennen, wat alleen Gode toekomt, en dientengevolge op het creatuur een betrouwen stellen, dat ge alleen stellen moogt op den Heere uwen God. Al blaast de wind alleen in de zeilen, en niet onder in het schip, en al kom ik, onder in dit schip zittende, toch vooruit, daarom weet ik toch zeer goed, dat niet het schip, maar alleen de wind mij voortdrijft. Al snel ik langs de rails voort,' zonder nu juist op de locomotief te zitten, toch weet ik daarom zeer goed[ dat niet van den wagen waarin ik zit, maar. alleen van den stoom van de locomotief de drijfkracht uitgaat, die mij vooruittrekt. AI heb ik geen

Sluiten