Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

560

ZONDAG LH. HOOFDSTUK II.

zeker behagen krijgen, er hun spel mee drijven, en er in roemen. Maar het geloof staat u dit niet toe. Het geloof verscherpt veeleer in u dien echt menschelijken trek, die u altoos tegen den drinkbeker doet opzien, en u daarom vanzelf doet bidden, of hij mocht voorbijgaan. Al weten we zeer wel, dat we allen eenmaal sterven moeten, toch bidden we tot op het uiterste toe, om de redding van het leven onzer dierbaren. Het gebed komt uit het paradijs, en als herinnering aan wat het paradijs eens schonk, is het altoos een smeeken, dat zich weer naar dat paradijs zonder zonde en zonder ellende uitstrekt. Vandaar dan ook de plicht en roeping van elk Christen, om nooit onder zonde en ellende neder te blijven liggen, maar aldoor te waken, te bidden en te strijden, met alle ons van God gegeven middelen, om zonde en ondeugd, om dood en ellende te bestrijden met al de macht die in ons is. In dien zin is de bede: „Weer steeds alle smart," dan ook een waarlijk ernstig gemeende bede, ook al weten we zeer wel, dat er toch smart komt, en dat we het kruis niet ontgaan kunnen. Alles als in Gethsémané. Jezus wist, dat de drinkbeker moest worden uitgedronken, en toch slaakte Hij in zijn menschelijke natuur de geheel menschelijke bede: Vader, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan.

En juist zoo staat het nu ook met de zesde bede. Het is volkomen waar, dat de verzoeking ons niet levenslang kan worden gespaard. Zonder verzoeking zou er geen oefening van ons geloof, geen spanning van onze zedelijke veerkracht, geen opwassen in de genade zijn. De verzoeking is een vast bestanddeel van het Christelijk leven, evenals het kruis. Daarom is ook de Overste Leidsman en Voleinder des geloofs ons in de vértoeking voorgegaan, en in onze plaats en ons ten voorbeeld, is Hij door den Geest geleid in de woestijn, om verzocht, tot drie malen toe verzocht te worden van den Duivel. De verzoeking is alzoo noodzakelijk. Niemand onzer ontkomt er aan. En geen kind van God heeft ooit zijn pelgrimsreis voleind, zonder dat ook bij hem de bange herinnering achterbleef van de booze verzoeking die hij doorstaan heeft. Bunyans Pelgrimsreize trok juist daarom steeds zoo aan, omdat Bunyan ons den ernst en de onvermijdelijkheid van de verzoeking zoo klaar en helder teekende. En toch niettegenstaande én de Heilige Schrift én de historie én de eigen ervaring, ons dit telkens opnieuw bewezen, toch heeft geen kind van God zich nog ooit met de verzoeking verzoend, toch heeft de verzoeking hem altoos met angst en beving vervuld, en toch is hij tot aan zijn dood toe blijven bidden: Vader, laat deze verzoeking van mij voorbijgaan. Men kan dit zelfs nog sterker uitdrukken. Ieder onzer zal eiken morgen weer bidden, dat zijn God hem dien dag voor zonde bewaren moge, ja, elk huisvader

Sluiten