Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZAAK- EN NAAM-REGISTER.

599

heid der —; IV, 491; hebben de — gemeenschap mét ons? II, 229. Zie Engelen, Kinderen, Wederzien.

DOODSLAG; IV, 92, 110 v.; — van kinderen voor en na de geboorte; IV, 111 v.

DOODSTRAF; III, 318 v.; IV, 83; bestrijding van. de —; IV, 115 w.

DOOP; het woord —; II, 502 w.; — in overdrachtelijken zin; II, 505; de — is het sacrament der wedergeboorte; III, 15, 301; niet het sacrament der voeding; III, 69; geen middel ter christelijke opvoeding; III, 15; de — als bewijs, dat ons zielsbestaan niet wordt bepaald door onze wilskeuze; III, 71 w.; leer van den — verwaarloosd; III, 499 v., 532; de heerschende meening over den —; II, 533 v.; III, 47 v., 60.

Geschiedenis van den —; II, 507 w.; de — in Israël vóór Johannes; II, 515; Proselieten —; II, 516 v., 521; de — van Johannes; II, 507 w., 517, 520 v., 526 v., 566; (Rome hierover; II, 508); de — van Jezus; II, 528; de — van Jezus en de apostelen vóór den pinksterdag; II, 512, v.; instelling van den —; II, 521 w. Daad Gods en daad des menschen bij den —; II, 561; Christus bij den —;

II, 535 v.; de dienaar bij den —; II, 535 v., 566. •

De — gegrond op het genadeverbond; II, 193; III, 34; — op onderstelling van geloof; II, 540; III, 15, 60, 225; IV, 287; — op geloof van ouders en grootouders;

III, 46; kinder— noodzakelijk; III, 1 w., 15, 18 v., 25 v., 44, 60, 71; de Schrift en de kinder—; III, 28; — van volwassenen; II, 533; III, 71 w.; conclusiën hierover; II, 551; sterven zonder —; II, 563 v.; wanneer moet het kind gedoopt? III, 61 w.; wie moet het kind ten doop houden? III, 61 v.; de getuigen bij den —; III, 65 v.; bijkomstige vragen over den —; II, 566.

De — niet noodzakelijk ter zaligheid; II, 562; III, 5 v.; doet de — de erfzonde te niet? II, 553 w.; de — sluit van de wereld af; II, 550 w.; de — lijft in in de katholieke kerk; II, 477; de Sacramenteele genade in den —; II, 359, 447, 465 v., 553 w., 556, 559 v.; verplichtingen, die de — oplegt; III, 66; geldt de — van andere kerken? II, 491 v.; III, 239.

Oordeel der vaderen en der belijdenisschriften over den —; III, 54 w.; de — in Amerika; III, 34; de — in de Armenische kerken; III, 62; Doedes over den —;

I, 133; Dooperschen over den —; II, 500, 504; III, 10, 15, 19, 43, 213; de — in de Grieksche kerk; II, 504; Hl, 62; Kwakers en de —; II, 505; Luther en de —;

II, 489; Montanisten en de —; III, 10, 15; Rome en de —; II, 406, 429, 514, 562;

III, 69, 396; IV, 260; Rome's vroegtijdige —; III, 62; Rome's nood—; II, 489; concilie van Trente over den —; IV, 259; Zwingli en de —; II, 562.

Zie Avondmaal, Da Costa, Geloofsvermogen, Koninkrijk der hemelen, Sacrament, Staatskerk, Vader, Wedergeboorte, Zending. DOOPERSCHE; richting; IV, 280 w.; — lijdelijkheid als reactie tegen Rome's werkheiligheid; IV, 7; verdienste der — richting; III, 42 v.; gevaar der — richting; III, 44; IV, 451 v.

Zie Christus, Doop, Eed, Geloof, Kerk, Kerkisme, Kinderen, Naaktloopers, Natuur en genade, Mystiek, Onderwijs (universitair), Reformatie, Vleesch en geest, Vleeschwording, Wedergeboorte, Wederkomst, Wet. DOOPFORMULE; II, 529.

DOOPFORMULIER; II, 501; III, 49 w.; — voor Bejaarden; III, 56. Zie Formulier. DOOPLEDEN; III, 216. DOOPWATER; II, 531 w., 553 w. DOOPZEGEL; II, 561.

DORDT (SYNODE VAN); niet gevolgd door andere Generale Synoden; III, 323.

Zie Geloofsverzekering, Kinderen, Praedestinatie, Unie (mystieke), Zedelijk leven. DOXOLOGIEËN; IV, 574. DRANKZUCHT; IV, 182.

DRIEËENHEID; I, 144 w.; openbaring der —; I, 170, 175 v.; onbegrijpéHjkheid der —; I, 144; de — de Ievensquaestie der kerk; I, 161; belijdenis der —, de grens

Sluiten