Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAD ZUTPHEN (16E EEUW).

199

In geval van besmettelijke ziekte mag men voor den kapelaan of voor notaris en getuigen beschikken tot op de helft van het goed. 181. Evers in faerlicken ind schuwelicken suyckten sall gifft ind dispositie van gereiden gude moigen geschien vur dem capellaen offte vur notario mit twien loffwerdigen getugen totten halven dheille des giffters offte testierers, als vurscr.

De kapelaan, te wiens overstaan getesteerd is, moet hiervan binnen 8 dagen het gerecht kennis geven. Maar over onroerende zaken mag noch voor den kapelaan noch voor notaris noch onderhands onder zegel van den erflater getesteerd worden: 181. Ind die capellaen, daer sulcke gifft ader dispositie vur geschiet were, sall tselve binnen acht daigen tides an dat gerichte brengen.

75, 181. Dan sullen giene gifftunghen offte dispositien van den erff-

ttalingen guderen vur den capellaen offte notario geschien noch bestaen moigen noch under eins mans eigen handt ofte siegell. Men kan tegelijk testamentair erfgenaam en legataris of begiftigde zijn.

181, 185. Item, dese vurgen. gifften ind maickingen sullen soe waell des giffters und testierers erffgenamen moigen geschien als

Ieinen frembden, alsoe dat . men waell testament ind gifft sall moegen boeren ind evenwaell medeerffgenaem wesen. Grondrenten, gevestigd bij gerechtelijke acte, bij huwelijksvoorwaarden of bij boedelscheidingen, zullen voor onroerende zaken gerekend worden. 38, 46, 75, Voert is to wetten, dat jaerrenthe ind pensie, die uith seckere 87, 196. liggende grunde gerichtelick ader in hüixfurwarden offte in maichgescheiden gevestet sin, suüen vur erfftaeü ind niet vur reide guet geachtet werden.

Als iemand vruchtgebruik wordt vermaakt van alle allodiale zaken, die in de verdeeling vallen, en er blijken schulden des erflaters te zijn, zal er zoowel ten nadeele van de erfgenamen als van den vruchtgebruiker zooveel afgenomen worden, dat uit de opbrengst er van de schulden kunnen betaald worden, en wel eerst van de

U5 roerende en daarna pas van de onroerende zaken.

117, 177. Item, off jemant in den alingen eigelicken ind deübaren

142. guderen getuchtiget were, daer up den sterffdach schulde in den sterffhuyse weren, soe saü by den erffgenamen des afflivigen

Sluiten