Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

244

VELUWE EN VELUWEZOOM (1493 EN 1553/1554).

ghene exceptien off gheenrehande vurnemen. (Post alia.) Alle dese vurgen. semptlicke punten ind ijthck punt bisonder hebben wij, Arnt van Myddachten, ritter, ind Henrick Bentynck vurscr., samende zaickwolden, ind elckeen van ons voir al vurscr., vur ons ind onse eruen gesekert ind gelaifft, zekeren ind gelauen bij onser eren ind gueden truwen, in gerechter eed stat, waer, vaste, stede ind onverbrecklick to halden ind to vollentrecken, aen indracht, ferpel ind argehst. Ind hebben des in kennysse ind oirkonde der wairheit elck onsen segel voir ons ind onse eruen an desen brieff gehangen in den jaeren onss Heren duysent vierhondert drie ind tnegentich, op Sente Peters in Pouwels dach, apostolorum.

Onuitgegeven uittreksel uit de rekening van het rentambt Veluwe 1553/1554 (aanwezig in het Rijksarchiefdépot te Arnhem, Archief Rekenkamer, nr. 4109).

Post betreffende hetgeen ontvangen is aan keurmede van keurmedige hoorigen bastaarden en vreemdelingen. Een kamerling is geboren van een volschuldig eigen man en een dienstwijf; een dienstman (ministeriaal) is vrij, doch den Vorst gehoorzaamheid schuldig. Een hoorige bezit hoorig goed of zijn voorzaat bezat het. Een keurmedige is een hoorige, die niet meer of een hoorig goed woont. Het betalen van den hoftins (hoofdtins) is in onbruik geraakt.

(Post alia.)

fol. Ié. Ander ontfanck van koeren op Veluwen ende Veluwenzoem, 't welck sin een, dat beste, den Keyser toecom16. mende, niet alleen van den moebelen, die de kemerlingen, hoerighe ende boschoerighe ende andere koermoedtsche persoenen tot hoeren doedehcken affganck achterlaeten, maer oeck 179, 19. van allen bastarden ende vuytheemsche persoenen, op Veluwen stervende, nietegenstaende dat sy kinderen ofte erfgenamen achterlaeten. Ende is toe weten dat een kemerlynck is, die gebaeren wort van eene der heeren volschuldighen eygen man ende een dyenstwijff. Een dyenstwijff ofte dyenstman is een geheell libera persoen, niet subject wesende enighe horicheit ofte servituit, maer staende tot gemeynder obedientiën des Fursten. Een hoerich persoen, man ofte vrouwe, is een eygener besitter van horich goedt ofte van hoerighe persoenen geboeren. Ende nyemants en mach hoerich goedt houden, hy en sy dan hoerich

Sluiten