Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

173

ARTIKEL 139.

Toen nu bij de behandeling in de Tweede Kamer aan het misdrijf van artikel 138 het karakter van klachtdehct ontnomen was, stelde de Commissie van Rapporteurs een samensmelting van de twee artikelen voor. Haar voorstel stuitte evenwel bij den Minister van justitie op tegenstand. De Minister zeide: „Hoe verwant ook, „de misdrijven zijn onderscheiden. In artikel 147 (138) geldt het „den eigenlijken huisvredebreuk. In artikel 148 (139) lokaliteiten, „niet voor rust en kalmte bestemd en waar in den regel mannen „genoeg aanwezig zijn om den indringer te keeren." Het laatste gedeelte van deze argumentatie had geen zin dan wanneer men het misdrijf van artikel 139 wegens het geringere gevaar minder streng strafte, wat het ontwerp niet deed; de Minister verzwaarde dan ook de straf van artikel 138, echter aReen die van het eerste hd; consequent had ook die van het derde hd verhoogd moeten worden ).

Het beroep op de eigenlijke huisvredebreuk schijnt zwak, nu artikel 138 ook ver buiten de grenzen daarvan gaat. En de qualificatie van de in artikel 139 bedoelde lokalen als lokaliteiten niet roor rU8t en kalmte bestemd is in tweeërlei opzicht onjuist. In de eerste plaats wordt hier niet de rust en kalmte, de geruischloosheid, beschermd maar de onschendbaarheid van gebied, en ten andere zijn er onder de voor den openbaren dienst bestemde lokalen vele die niet voor het pubhek openstaan, maar bestemd zijn voor ongestoord arbeiden, bijv. de bureaux van zeer vele ambtenaren. °

Onder openbaren dienst zal toch wel verstaan moeten worden de dienst van pubhekrechtelijke insteRingen en lichamen, zonder beperking tot in het openbaar uitgeoefenden dienst. Dan is zoowel het parket van den officier van justitie voor den openbaren dienst bestemd als de gerechtszaal, zoowel de werkkamer van den postdirecteur als het voor het publiek toegankelijke gedeelte van het postkantoor 2).

2. Het onderscheid tusschen lokalen waartoe aan het pubhek wel en die waartoe niet toegang verleend wordt brengt mede velschil ten aanzien van de omstandigheden waaronder binnendringen of vertoeven wederrechtelijk geacht kan worden. De ontvanger der belastingen kan in het algemeen niet iemand van zijn kantoor

) Smidt II, eerste en tweede druk 86.

delsSlr^8' naar f V°°rk0mt is de H°°ee H«-" groepen tot de beshss.nger., dat een vergaderzaal van een gemeenteraad voor den openbaren dienst bestemd is (17 December 1928, W\ 11939 N J 1920 Z j °penbaren

rn-rJsi;/l A-t „„. . . ' J. vtm, bili) en dat ook een

raadslid dat met toepassing van het reglement van orde is verwijderd het artikel kan overtreden (26 Mei 1930, W. 12133, N. J. 1930, 1143).

Sluiten