Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

213

ARTIKEL 149.

baar alleen indien het wederrechtehjk gedaan wordt; geen van deze handelingen kan zonder het verstoren van het graf verricht worden.

Schenden onderstelt dus hetzij baldadigheid, hetzij opzettelijk krenken van de nagedachtenis des overledenen of van het piëteitsgevoel zijner betrekkingen1). Daarom had de Minister van justitie met behoeven te voldoen aan den wensch der Commissie van Rapporteurs, een wensch die berustte op de meening dat een graf bij ongeluk geschonden kan worden, bijv. bij het delven van een ander graf in de onmiddellijke nabijheid. Ook tot uitdrukking van de bedoeling om een graf te raken was die bijvoeging niet noodig, aangezien dit ook in het woord schenden reeds hgt opgesloten

De schending kan dan ook gedaan worden door den eigenaar van het graf, en het is juist van den wetgever gezien, hier niet het ver-

ZteZZZ^meChte^heid 16 8teUen; * -eeds

Onder graf zal hier wel moeten verstaan worden de ruimte die de lijkkist met haar inhoud bergt, alsmede wat tot dekking of als kenteeken van het graf dient, de daarop geworpen aarde en de grafsteen of het monument; ook een grafkelder in zijn geheel De schending kan daarom op velerlei wijzen gedaan worden zoowel door ondergraving, waardoor het graf instort, als door uitgraving van boven af, of verplaatsing, omwenteling van den grafsteen en omverwerpen van het monument, voor zoover dit laatste met valt onder beschadigen of vernielen.

Of het lijk nog aanwezig is doet niet af; aReen in geval van roeren van graven (artikel 23 der Begrafeniswet) of het bezaaien of beplanten van het daarvoor in aanmerking komende gedeelte eener gesloten begraafplaats (artikel 25) houden de graven op e bestaan. Aan de andere zijde is een grafkuR of een grafkelder

gezetT J WaMeer Cr * be^a™ of ï£

ning2)Edate^t^gT ^af' " Met b^raven * ^ mee-

mng ) dat ook de lijkkist, alvorens zij in het graf nedergelaten en bedekt is, als graf beschouwd moet worden, ZmZ^ iet /utt het graf, maar het Rjk beschermd wordt, kan dus evenmin firt geacht worden voor onze wet als voor artikel 360 CodTpeW

> Van Chauveau ea Hélie.

Sluiten