Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTIKEL 162.

270

veiligheid der rivieren, deels het openlaten van stroken gronds langs de rivieren voor weg en jaagpad.

Zoo een der daar genoemde handelingen tevens oplevert het versperren van een openbaren land- of water-weg (c.q. het onbruikbaar maken van eenig voor het openbare verkeer dienend werk) met een der in artikel 162 genoemde gevolgen, zal dit artikel moeten worden toegepast als de zwaarste hoofdstraf stellende (artikel 55 eerste hd).

9. Een weg versperren is zoodanige belemmering op dien weg aanbrengen dat hij aan zijn bestemming niet kan voldoen; zoo is een rijweg versperd wanneer het rijden onmogelijk is gemaakt ook al is het loopen niet belet, een waterweg wanneer schepen van zekere grootte waarvoor hij bestemd is worden opgehouden, al kunnen wellicht roeibootjes doorvaren.

Een tijdelijke belemmering die niet strijdt met de bestemming van den weg is niet versperren *).

Ten aanzien van de middelen heeft de wetgever zich met opzet van eenige specificatie onthouden elk middel komt in aanmerking. Met name is niet noodig een afsluiting die slechts met geweld of braak kan worden weggenomen. Het dichtwerpen van een door de passanten moeilijk (al is het ook niet onmogelijk) te openen tolboom kan er dus onder vallen 2) ; daarentegen is het sluiten van den tolboom zóó dat die wel geopend kan worden, terwijl de tolgaarder het openen niet belet, terecht niet als versperren beschouwds). Ingeval aan het pubhek het openen van den tolboom verboden is, zou echter het sluiten met weigering om te openen weder onder versperren gebracht moeten worden.

Onder versperren behoeft niet alleen de handeling waardoor afsluiting wordt bewerkstelligd verstaan te worden. Ook hij verspert den weg die een, zelfs op zich zelf niet ongeoorloofde, afsluiting niet opheft zoodra hij door het gesloten houden verhindert dat de weg volgens zijn bestemming gebruikt wordt. Het gesloten houden van een tolboom, het laten hggen van een belemmering door hem die verphcht is den boom te openen, de belemmering weg te nemen, is versperren dit is dus een voortdurend dehct ).

10. Als derde vorm van het hier behandelde misdrijf komt

Hooge Raad 21 Juni 1897, W. 6989; 15 Aprü 1901, W. 7587. -) Hooge Raad 25 Februari 1890, W. 5687. 3) Hooge Raad 10 Maart 1890, W. 5855.

*) Hooge Raad 17 Maart 1890 voormeld; 27 Juni 1892, W. 6212; 20 April 1897, W. 6956; 2 Januari 1905, W. 8167.

Sluiten